dec 022014
 

Er is sprake van een opleving van het burgerinitiatief. Dit zijn initiatieven die doorgaans hun ‘plek’ hebben in de civil society. Dat is de maatschappelijke sfeer waarin “vrijwillige associaties dominant zijn” (Dekker, 2014). Die worden overigens ook wel vrije associaties en dus ook burgerinitiatieven genoemd. Waarom is er sprake van de opleving van dit type associaties en waardoor wordt die veroorzaakt? (1)

Vrije Associaties

Waarom worden ze vrije of vrijwillige associaties genoemd? Omdat de deelname vrijwillig is. Als je lid bent van de biljartvereniging kun je als je er geen zin meer in hebt meteen mee stoppen. Dat heeft geen consequenties. Maar vrije associaties in de civil society hebben nog meer karakteristieke eigenschappen:
- de deelnemers maken er de dienst uit,
- affectie zoals in de familie komt niet op de eerste plaats,
- ze zijn niet onderworpen aan de tucht van de markt of de staat en
- als leidende waarde geldt voor deze associaties: werken aan een betere wereld, het goede doen en vriendschap en zorg.

Opleving van het burgerinitiatief

Waaruit blijkt dat er sprake is van een hedendaagse opleving van het burgerinitiatief?

Op de eerste plaats uit het feit dat de civil society blijft groeien. Nederland scoort al jaren bovenin de wereldwijde ranglijsten als het om vrijwilligerswerk en het lidmaatschap van vrijwillige associaties gaat.

Een paar cijfers ter illustratie.

Van 1980 tot 2006 is de Nederlandse bevolking gestegen met 16%. Het aantal deelnemers van vrijwillige associaties met meer dan 50.000 leden nam in diezelfde periode toe met 40%. Vrijwillige associaties op het gebied van zorg en welzijn zelfs met bijna 70%. Het gaat bij deze associaties over een stijging van 3 naar 5 miljoen deelnemers. Voorbeelden zijn de Diabetesvereniging, De Zonnebloem, de Nederlandse Patiëntenvereniging, het Leger des Heils.

Menno Hurenkamp en Evelien Tonkens hebben in 2011 in het dorpje Smilde in Drenthe onderzoek gedaan naar vrijwillige associaties met minder dan 20 deelnemers. Daar waren er 70 van. In Smilde woonden toen 4500 mensen. Extrapolatie naar de totale Nederlandse samenleving levert naar hun schatting het astronomische aantal van naar schatting 200.000 tot 300.000 initiatieven van deze omvang op.

Het aantal Nederlandse kleinschalige vrijwillige particuliere initiatieven dat rechtstreeks structurele steun verleent aan een of meer ontwikkelingslanden wordt geschat op 6.400 tot 15.000.

De organisaties waar ik zelf onderzoek naar heb gedaan, komen in al deze ranglijsten overigens nog niet voor. Het gaat dan om zelfstandige kruisverenigingen, herstelzorgverenigingen en zorgcoöperaties. Deze coöperaties groeiden de laatste paar jaar van een handvol naar 100 stuks. Alleen in Amsterdam zijn er al 20.

Burgerinitiatief vernieuwt zichzelf voortdurend

Op de tweede plaats groeit de civil society niet alleen, ze blijft zichzelf voortdurend vernieuwen. Zo zien we de laatste jaren de opkomst van allerlei initiatieven op het gebied van openbaar groen, energiecoöperaties, broodfondsen, en culturele voorzieningen. Juist in deze nieuwe golf moeten we ook de opkomst van de zorgcoöperaties situeren. Dat zijn vrijwillige associaties die als belangrijkste doelstelling hebben dat mensen zo lang mogelijk in goede gezondheid en onder eigen regie thuis kunnen blijven wonen.

Product van de verzorgingsstaat

Die groei en voortdurende innovatie van de civil society laat zich goed verklaren uit een drietal hedendaagse veranderingen in de verzorgingsstaat:

1. De herleving van het gedachtegoed van de civil society. Burgerinitiatief staat weer in hoog aanzien. Tegelijkertijd weten we dat oplevingen van de civil society altijd samenhangen met door burgers ervaren tekortkomingen van de verzorgingsstaat. Die tekorten zijn bijna altijd van financiële, sociale, culturele of morele aard.

2. De tweede belangrijke verandering in de verzorgingsstaat die ten grondslag ligt aan de opleving van het burgerinitiatief komt ongeveer op vanaf de zeventiger jaren van de vorige eeuw. Het gaat dan om het toegenomen belang van de individuele biografie (Hustinx, 2009). Anders gezegd, we zijn onszelf belangrijker gaan vinden. Dat is het resultaat van een verschuiving in sociaal-culturele waarden. Autonomie, zelfontplooiing en de kwaliteit van leven zijn belangrijker geworden dan traditie, collectieve identiteit en solidariteit. Deze verschuiving is in belangrijke mate het product van de verzorgingsstaat. Door een betere opleiding en goede sociale voorzieningen kon de aandacht verschuiven van materiële naar niet-materiële belangen.

3. De wending van de staat naar de gemeenschap is de derde verandering waarvan wordt aangenomen dat die invloed heeft op de opleving van de civil society (Trommel, 2014). Een mooi voorbeeld van die wending is de Wmo. Iedereen moet meedoen, is het motto van deze wet, dat kort en krachtig het politiek-bestuurlijke pleidooi onderschrijft voor een grotere verantwoordelijkheid voor het eigen lot en dat van anderen. Aan de andere kant staat het ook voor een toenemende bemoeienis van de overheid met het dagelijks leven van burgers. Wie een beroep op de staat wil doen, moet achter de voordeur aan de keukentafel een ambtenaar tolereren.

Hybride motivatie

Tot slot: wat betekent dit voor de motivatie van de deelnemers van vrije associaties? Waarom doen mensen daaraan mee? Het lijkt er op dat voor een aantal mensen het politiek bestuurlijke ideaal van een grotere eigen verantwoordelijkheid aansluit bij het sociaal-culturele ideaal van meer autonomie. Ook zelfontplooiing wordt aangehaald als een belangrijk motief.
En het feit dat veel initiatieven er zich op richten dat mensen zo lang mogelijk in goede gezondheid zelfstandig in hun eigen huis en omgeving kunnen wonen, wijst er op dat de kwaliteit van leven inderdaad ook een belangrijke drijfveer is. De hoogleraar civil society Paul Dekker wijst er overigens op dat niet alle oude idealen verloren gaan. Nog altijd wordt hulpverlening in de eigen directe sociale kring als een belangrijk motief gezien om in actie te komen.

Wat meer specifiek opvalt aan de actieve deelnemers van vrijwillige associaties in zorg en welzijn is dat die een hybride vorm van motivatie hebben. Ze combineren een openlijk beleden vorm van welbegrepen eigenbelang aan een sterk ontwikkeld sociaal gevoel voor hun medemens. Een gevoel dat ze bovendien omzetten in concrete actie als de nood aan de man/vrouw is. Ze verwachten wel wat terug voor hun inzet. Als het op termijn met hen zelf wat minder gaat, willen ze ook verzekerd zijn van hulp. Wederkerigheid is een belangrijke drijfveer voor actieve deelname aan vrijwillige zorgassociaties.

Zo bezien vallen bij deze actieve mensen de veranderingen in de verzorgingsstaat samen met hun gedrevenheid, hun motivatie om deel te nemen aan een vrijwillige associatie in zorg en welzijn. Dat is eigenlijk de belangrijkste oorzaak voor de opleving van het burgerinitiatief.

Noten

(1) Deze blog is een enigszins aangepaste versie van de inleiding die ik heb gehouden tijdens de sessie “Zelforganisatie in zorg en welzijn” op het ZonMw-congres “Kennis in de buurt” van maandag 1 december 2014 in de Jaarbeurs in Utrecht.

Literatuur

Dekker, P. (2014). Leren uit het buitenland: Burgerparticipatie. College voor DIVOSA/VU-cyclus. Amsterdam: Vrije Universiteit.

Hurenkamp, M. & Tonkens, E. (2011). De onbeholpen samenleving. Burgerschap aan het begin van de 21e eeuw. Amsterdam: Amsterdam University Press.

Hustinx, L. (2009). De individualisering van het vrijwillig engagement, in Buys, G., Dekker, P. & Hooghe, M. (red.) Civil society. Tussen oud en nieuw (pp. 211-224). Amsterdam: Aksant.

Trommel, W. (2014). De maatschappij is sterker dan de decentralisatie, gelukkig. S&D, 71, 3, 75-85.

mrt 302014
 

Filantropische organisaties lijken een mooi voorbeeld van het type burgerinitiatief dat past bij de hedendaagse oproep tot het nemen van meer eigen verantwoordelijkheid. Die eigen verantwoordelijkheid richt zich in het geval van de filantropie op externe – “goede” – doelen. De burgerinitiatieven die ik bestudeer in mijn promotie-onderzoek zijn daarentegen ledenorganisaties die zich vooral richten op de zorg- en welzijnsbelangen van de eigen deelnemers. In mijn onderzoek stel ik de vraag aan de orde waarom en hoe mensen aan deze initiatieven deelnemen, in het perspectief van de verzorgingsstaat.
lees verder

mrt 072014
 

Op woensdag 5 maart was het lang verwachte Grote Zorgdebat in het Amphia Ziekenhuis in Breda. Toegegeven mijn verwachtingen waren niet ingesteld op een één-tweetje van de lokale politiek. Ik had verwacht dat meer serieuze partijen met elkaar in debat zouden gaan, zoals de financiers van de zorg, de professionals en de zorgvragers. Niets van dat al. Het werd een volstrekt kleurloos debatje tussen al even kleurloze lokale lijsttrekkers. Een enkele aanwezige professional in de zaal probeerde nog voor het eigen hachje op te komen, maar daar werd door de politici nauwelijks serieus op gereageerd. De meest cruciale vraag, “Wie bepaalt nu eigenlijk wie wat krijgt?”, werd zelfs volkomen genegeerd. De allerlaatste opmerking uit de zaal was de spijker op de kop: “Het maakt dus helemaal niets uit op welke partij ik stem!”
lees verder

feb 142014
 

Een eerste praktische en openbare ‘vrucht’ van mijn promotie-onderzoek is de lezing die ik op 5 september 2012 heb gehouden tijdens de conferentie Zorg in eigen hand in Den Bosch. In die lezing vroeg ik me af of het mogelijk is om een vruchtbare verbinding te maken tussen burgerinitiatieven zoals zorgcoöperaties en de professionele zorginstellingen. Het antwoord op die vraag is zowel voor die burgerinitiatieven als voor de zorginstellingen van belang.
lees verder

feb 202013
 

Stop ik of ga ik door met werken? De achterliggende drijfveren die bij deze vraag aan de orde zijn hebben Bert Breij en ik in 2012 proberen te achterhalen door daarover in gesprek te gaan met 23 werknemers. Vervolgens hebben we aan 10 werkgevers gevraagd wat zij denken dat de drijfveren van werknemers zijn als het over deze vraag gaat en hebben we ons licht opgestoken bij 2 deskundigen. Daarna hebben we de uitkomsten van al die gesprekken vergeleken met relevante inzichten uit secundaire, voornamelijk wetenschappelijke, bronnen.* De resultaten van het onderzoek zijn opmerkelijk.
lees verder

dec 132012
 

Zorgcoöperaties en zorginstellingen: een vruchtbare verbinding?

Het lijkt er inderdaad op dat de laatste jaren steeds meer mensen zich op latere leeftijd willen verzekeren van steun bij (potentiële) sociale, fysieke en cognitieve beperkingen door deel te nemen aan sociale netwerken in de vorm van zelforganisaties waarmee ze de vermeende tekortkomingen van de voorzieningen van de verzorgingsstaat proberen te compenseren (Allegro 2009; Van Oosterhout 2011a, 2011b, 2012a, 2012b; Rooijendijk, Dijt & Wijers 2003). De vraag is dan aan de orde hoe de professionele zorginstellingen en de zelforganisaties zich tot elkaar zouden moeten verhouden. Die verhouding laat zich naar mijn mening typeren vanuit verschillende perspectieven: vanuit het klantenperspectief, vanuit het zorgsysteem (bestuur, beleid, uitvoering, organisatie, resultaten), vanuit de zelforganisaties, vanuit de heersende mensbeelden en vanuit de zorgideologie. lees verder

okt 122012
 

Toegegeven die paar duizend euro die ik straks per jaar krijg van de ABP als ik met pensioen ga, is niet veel, maar tegen die tijd is iedere euro mooi meegenomen. Dan vind ik het wel fijn als dat geld voorlopig netjes is belegd. “Netjes” is voor mij dan primair in de geest van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Daar gaat de ABP dus de fout in. Zo investeert de ABP in plantages in Mozambique waardoor de lokale boeren van hun grond worden gejaagd. Zie het rapport van de FIAN daarover. De eer gaat in dit geval naar de Volkskrant die er uitgebreid over berichtte op woensdag 10 oktober 2012.
Ik roep alle mensen die een ABP-pensioen ontvangen, of dit straks vanaf hun pensionering ontvangen, op om de ABP te vragen hun beleggingsportefeuille eens secuur door te lichten op schending van de mensenrechten.
Zie en passant ook facebook en onze website over het verschijnen van de Engelstalige versie van Het verhaal achter Amnesty International. 50 jaar strijd voor mensenrechten, waar je gratis een hoofdstuk kunt downloaden.

sep 282012
 

Enkele miljoenen jaren geleden bedacht de natuur dat het wel leuk was om iemand te hebben om mee te spelen en de natuur vond de mens uit. In den beginne doolde de mens volkomen nutteloos en doelloos over de wereld. De natuur zag dat het niet goed was, want ze verveelde zich nog steeds kapot. De natuur besloot daarom om in de mensen haar ogen open te slaan om zo zichzelf beter te kunnen bespieden. Het voordeel voor de mensen was dat ze voortaan konden zien door wie ze werden opgegeten en wat ze zelf aten. Maar in de praktijk van alledag keken de mensen toch vooral naar zichzelf en naar elkaar. Dat had voor de natuur de eerste waarschuwing moeten zijn. lees verder

sep 262012
 

Elk Bid Zyn Speelpop Aan, En Warmt Zich By De Maan

Die mind een konstig Beeld, deze kiest een zaal met Boeken;
Die wenscht een houte Paard, dat zonder vlerken vliegt;
Deez’ mint de Schilderkonst, die ‘t oog door verf bedriegt.
Een vyfde vind zyn lust in Haaren te verkloeken:

Uit: Mengelpoëzy; of, Festoen veeler Parnasbloemen, te saam gevlochten van menigerhande vaerzen, (…). Amsteldam, 1730. Door H. van den Burg, 1682-1752.
Ontleent aan: Komrij, G. (1996). De Nederlandse poëzie van de zeventiende en achttiende eeuw in 1000 en enige gedichten. Amsterdam: Bert Bakker. (pagina 844)

jun 302012
 

Een paar jaar geleden daagde prof.dr. Martin Boekholdt mij uit om te promoveren. Dat was naar aanleiding van mijn onderzoek naar de praktijk van de Wmo voor de Regionale Kruisvereniging West-Brabant en het onderzoek naar de vergrijzing voor de stichting ILC Zorg voor Later waar hij in het bestuur zit. Martin was toen zelf bijzonder hoogleraar management van de zorg aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam. lees verder