Archive for mei, 2009
Remmers in vaste dienst
Soms heb ik wel eens het idee dat er jongeren zijn die een heel andere wereld willen dan wij. Toch hebben wij – “ouwe lullen” – de onbestorven gewoonte om hen onze normen en waarden op te dringen en ze te proberen te persen in de dwangbuis van huisje-boompje-beestje. Zeg maar het “heilige” consumeren. Zeker nu de groei uit de economie is en zowel de ondernemers als de consumenten staken.
Ook al spetteren en knetteren de jongerenhormonen ook mij regelmatig wat te fel om de oren, wat meer respect voor hun vrijheidsdrang is op zijn plaats. En niet alle jongeren nemen genoegen met één keer per veertien dagen een thuiswedstrijd van hun favoriete voetbalclub. Je vraagt je af wat ze op al die andere dagen en tijden doen! Bovendien hebben sommige jongeren de behoefte om hun vrijheid op een andere wijze vorm te geven.
Als ik daar dan over praat met werkgevers, politici en ambtenaren, vragen ze altijd aan mij wat die jongeren dan wél willen. Dat is raar.
Op de eerste plaats ben ik ook niet meer één van de jongsten. Op de tweede plaats omdat jongeren dat zelf waarschijnlijk veel beter kunnen aangeven. En op de derde plaats omdat het niet zo’n zinvolle vraag lijkt. Want wat doe je vervolgens met het antwoord?
Toch blijken in de praktijk ook jongeren vaak de grootste moeite te hebben om antwoord te geven op de vraag: Wat wil je eigenlijk? Dus zij proberen vaak ook maar wat. En dat doen ze dan zonder daar vooraf uitgebreide nota’s over te schrijven of achteraf in tienvoud verantwoording af te leggen. Het is deze open houding van jongeren die wij – als “remmers in vaste dienst” – kwijt zijn geraakt. Dat hoeven wij niet per definitie te betreuren. Maar soms denk ik, kan het in de omgang met jongeren misschien een onsje minder? Een beetje minder bureaucratisch?
Zorgeconomie op de rails
Om goed te kunnen begrijpen hoe we de economie weer aan de gang kunnen krijgen, is een analyse van de huidige en te verwachten economische krachten zinvol. Eén zo’n kracht is de zorgeconomie. Hoe paradoxaal we de koppeling van deze twee termen ook kunnen vinden, de zorg geeft veel bedrijvigheid en veel mensen werk. De enorme investeringen die wij collectief doen in de behandeling, verzorging en verpleging om mensen weer gezond te maken of het leven voor mensen weer draaglijk te maken, zijn een bijzondere uitdrukking van de solidariteit die wij opbrengen en ervaren. Die solidariteit is in Nederland zeer, zeer diep verankerd in onze cultuur. Daar mogen we best heel trots op zijn.
Het is dus uitermate zinvol regelmatig stil te staan bij het belang van die zorg. Ook vanuit het perspectief van de economische betekenis daarvan. In West-Brabant zal de komende jaren de behoefte aan zorg explosief stijgen. Dit betekent dat ook de vraag naar geschikt personeel explosief zal stijgen. Door de krimp van het aanbod aan personeel en de heftige concurrentie op de arbeidsmarkt ondervinden de professionele zorgverleners al een aantal jaren grote problemen bij de werving van voldoende personeel. Dat probleem wordt alleen maar groter.
Maar ook zorginhoudelijk nemen de uitdagingen bijzondere proporties aan. De stapeling van aandoeningen bij ouderen en de behandeling daarvan leiden de laatste jaren in Nederland niet tot meer jaren op de schaal van de levensverwachting. Vooral vrouwen, die gemiddeld nog steeds ouder worden dan mannen, zijn daar de dupe van. Door een chronisch gebrek aan geriatrisch medisch specialisten zal hier ook maar langzaam verandering in komen.
Daarnaast willen steeds meer ouder wordende mensen thuis blijven wonen. Ook als ze verzorging nodig hebben. Dit stelt bijzondere eisen aan de huisvesting en de mobiliteit van zowel de zorgvragers als de zorgaanbieders.
Onorthodoxe en creatieve oplossingen zijn dan van groot belang.
Het KICZ (Kennis- en innovatiecluster zorgeconomie West-Brabant) is een zeer lovenswaardig initiatief uit het bedrijfsleven dat meer regie en meer initiatieven wil ontplooien om die onorthodoxe en creatieve oplossingen voor elkaar te krijgen. Dat zo’n initiatief niet vanzelfsprekend is, blijkt uit de enorme voorbereidingstijd die de opzet van het cluster met zich mee heeft gebracht. Gisteren was de goed georganiseerde en goed opgezette startbijeenkomst in Etten-Leur. Het vervolg is aan alle betrokken partijen in de regio. Zoals het er naar uitziet, is er veel enthousiasme.
De groei van de werkgelegenheid en daarmee voor een deel ook van de lokale en regionale economie valt de komende jaren – zeker in West-Brabant – dus vooral te verwachten van de zorgsector.
Van de zijde van de gemeentelijke en provinciale overheden is het dus van groot belang om die groei in de juiste banen te leiden. Een project als het KICZ is daarbij een belanrijk instrument. Temeer omdat de verschillende betrokken partijen hierin nauw samenwerken. Maar meer vaart is hard nodig als we bedenken dat de vergrijzing in West-Brabant sneller gaat dan in de rest van Nederland en dat die een grotere omvang heeft. We zullen alle zeilen bij moeten zetten. Gelukkig is de eerste stap gezet!
Sociaal democratie
Eén van de grootste misverstanden die in politiek Nederland leeft, is dat de sociaal-democraten van oudsher de initiatiefnemers van onze sociale wetgeving zijn. Tot hun eigen frustratie hebben zij pas vanaf 1945 in de regering deel kunnen nemen. Maar ook daarna kwamen de meeste initiatieven voor sociale wetgeving uit christelijke hoek (hetzij katholiek, hetzij calvinistisch). Aan de wieg van die initiatieven stonden bovendien vaak de vakbewegingen. Daarbij liepen de christelijke bonden ook nadrukkelijk voorop.
Sowieso blijkt het historisch besef bij sociaal-democraten maar beperkt. Zo heeft de PvdA vanaf 1980 kranig meegewerkt aan de afbraak van de rol van de overheid in de sociale zekerheid en de gezondheidszorg in Nederland. Met als hoogtepunt het “afschudden” van de “ideologische veren” door Wim Kok in de negentiger jaren.
Al in 1993 wijst de econoom Piet Vos er op dat de belangen van de arbeiders, vertegenwoordigd in de vakbeweging, ten onrechte worden vereenzelvigd met die van de politiek, de sociaal-democratie in het bijzonder: “Vos signaleert dat er altijd een spanning is geweest tussen de vakbeweging en de sociaal-democratie.”
Voor mensen die de historische ontwikkeling van de arbeidersklasse en de vakbeweging serieus nemen, raad ik de lezing aan van het boek “Twee miljoen leden. Over het verleden, de toekomst en het heden van de Nederlandse vakbeweging” van Bert Breij dat eind 2008 door de Vakbondshistorische Vereniging bij haar 25-jarig bestaan is uitgegeven.
Nou vooruit dan…
Omdat ik het niet kan laten. Een laatste over de USA. In het prachtige nationale natuurpark Yosemite in Californië ligt midden in de vallei het “village”. Daar kun je in een hotel overnachten, maar er zijn ook diverse kampeerplaatsen. Er is zelfs een postkantoor. En natuurlijk het Visitor Centre waar ze een bijna spirituele film draaien over het park. Even voor alle duidelijkheid, Yosemite is als natuurpark groter dan de provincie Utrecht.
In de onvermijdelijke “deli” kun je van alles te eten en drinken kopen. In dit geval over het algemeen zeer verantwoord en gezond!
Met een kopje kruidenthee en een boterham gaan we aan één van de ronde picknicktafels zitten. Op de tafel zijn vier hard plastic plaatjes met tekst en een afbeelding gemonteerd. De plaatjes zijn gedoneerd door de Coca-Cola Company. Van de meest intrigerende zal ik hier een deel van de tekst aanhalen.
Why is it bad to feed the animals? Waarom is het slecht om de dieren te voeren? Staat er boven.
Het antwoord luidt:
“Eating human food is not healthy for wildlife as their bodies don’t adjust well to the salt, fat, and preservatives often found in our food. They gain weight, lose hair, and become dependent on human food.”
Vrij vertaald: “Menselijk voedsel eten is niet goed voor de wilde dieren. Hun lichamen zijn niet geschikt voor het zout, vet en de conserveringsmiddelen die vaak in ons voedsel zitten. De dieren worden dik, verliezen hun haar en worden afhankelijk van menselijk voedsel.” Overigens kan aan dit lijstje suiker worden toegevoegd.
De burgemeester van New York, Mike Bloomberg, heeft de tekst kennelijk ook begrepen. Hij heeft de verkoop van menselijke etenswaren met teveel verzadigde vetzuren in zijn stad verboden.
Waterbeheer *
Nederland regelt al eeuwen via de Waterschappen het beheer van het grond- en oppervlaktewater. Wie een klein beetje bekend is met de geschiedenis van de staat Californië in de USA, weet dat waterbeheer deze staat groot heeft gemaakt en groot houdt. Zowel steden als Los Angeles en San Fransisco, als de omvangrijke agrarische sector zijn volledig afhankelijk van het smeltwater van de Sierra Nevada dat ieder voorjaar de hellingen afstroomt.
Nederlandse bedrijven hebben al decennia grote financiële belangen in de agrarische sector in Californië. De Rabobank is er de grootste investeerder in de wijnsector. In Bakersfield is het Rabobank Arena Theater & Convention Centre de grootste amusementsfabriek, waar zelfs stukken van Broadway worden opgevoerd. De aanwezigheid van de Rabobank in Californië is zeker één van de redenen dat de laatste jaren in Nederland de wijn die daar vandaan komt populairder is geworden.
De New York Times van 14 mei 2009 voert een boer uit Tulare in Californië sprekend op. Tulare ligt in het Kachewan Basin, een stroomgebied van diverse rivieren aan de voet van de Sierra Nevada. Eén van die rivieren is de Marble, die hoog in de bergen in het Sequoia National Park ontspringt. Het Sequoia natuurpark is vooral bekend van de rode bomen die honderd meter hoog kunnen worden, een voet kunnen hebben met een doorsnee van meer dan 15 meter en meer dan 3.000 jaar oud kunnen zijn. Langs de Marble kun je geweldig wandelen. In het voorjaar hoor je dan het snelstromende water tussen de rotsen naar beneden donderen.
Dat is het water dat de boer uit Tulare onder andere gebruikt voor de irrigatie van zijn land. Een groot deel van het water van de Marble komt uit in een stuwmeer waar met een dam ook nog eens de broodnodige electriciteit wordt opgewekt. Het water in het stuwmeer zorgt er bovendien voor dat in de wijde omgeving het grondwater op peil blijft. De laatste tien tot vijftien jaar is het in Californië heel droog geweest. Wat duidelijk is te zien aan de stand van het water in het stuwmeer.
Op zijn land verbouwt de boer verschillende gewassen die veel water nodig hebben, zoals avocado’s. Dat water onttrekt hij voor driekwart uit de bodem onder zijn land en de rest komt via een pijplijn rechtstreeks van het stuwmeer. Dit jaar heeft hij naar schatting 50% meer water nodig dan in voorgaande jaren. Deels door de droogte, deels omdat hij gewassen verbouwt die meer water nodig hebben en deels omdat hij een groter deel van zijn land heeft bewerkt.
De onttrekking van grondwater leidt tot verarming van de natuur, maar ook tot daling van de bodem. Op sommige plaatsen wel met zo’n 15 meter! Het water moet ook steeds dieper worden opgepompt.
Californië blijkt nog de enige staat in de USA waar de grondwaterrechten niet zijn geregeld. Als het aan de geïnterviewde boer ligt, blijft dat ook zo. De staat heeft wat hem betreft niets te vertellen over de hoeveelheid water die hij oppompt op zijn eigen grond. Deze houding is karakteristiek voor de Amerikaanse mentaliteit: “Alles wat op of onder (en desnoods boven) mijn land zit, is van mij. Daar beslis alleen ik over.” Ook al heeft die houding vergaande gevolgen voor andere mensen of voor de natuur, het “eigen recht” gaat voor op het “collectieve recht”. Deze houding is onhoudbaar en de Republikeinse, conservatieve, gouverneur Arnold Schwarzenegger heeft dan ook eindelijk het initiatief genomen hier verandering in aan te brengen. Of de Rabobank de duurzaamheidsprincipes die ze in Nederland huldigt ook in Californië toepast, is mij niet bekend.
* Dit is voorlopig de laatste blog over de USA. Zie ook Hannie Mommers’ blog
Geen ‘honorary degree’ voor Obama
CNN zendt “live” een speech uit die Obama geeft aan de ASU (Arizona State University). In de zaal zitten 15.000 studenten. Obama spreekt recht uit zijn hart. Ook al leest hij alles op van zijn ping-pong-schermen die links en rechts voor hem staan.
De studenten zijn enthousiast en onderbreken regelmatig de speech met applaus en geroep. Obama steekt de studenten een hart onder de riem en zet ze tegelijk op hun plaats. Veel mensen hebben veel bereikt ook zonder ‘honorary degree’. Niet om hun studie of inspanningen de grond in te boren, maar om duidelijk te maken dat je je met of zonder studie altijd kunt en moet inzetten voor je ‘family’ en ‘community’, voor je medestudenten, voor zieke of oude of gehandicapte medemensen. Het is een ontroerende oproep. Obama vraagt de studenten zich niet alleen voor zichzelf maar ook voor het land in te zetten.
Als Obama klaar is, houdt het applaus lang aan. Obama trekt zich wat terug op het podium en schudt de handen van wat waarschijnlijk het bestuur van de ASU is. Allemaal blanke mannen op leeftijd in een kleurige jurk. Obama schudt nog nadrukkelijk de hand van de ene, gekleurde, vrouw die ook op het podium staat.
We keren met het tv-beeld terug naar de CNN-studio. De ‘anchorman’ (alweer een man) vraagt aan een paar politieke commentatoren (ook allemaal mannen) om een eerste reactie. Obama’s speech bij de ASU is een heel andere speech dan die van zijn campagne. Minder harde politiek, meer op de toekomst gericht. Het niveau van het politieke commentaar in de USA is al geen spat beter dan in Nederland. Onbenullig geleuter.
Maar dan komt het. De ‘anchorman’ vertelt dat Obama geen ‘honorary degree’ heeft gekregen van ASU. Die is hem – hij was al president en het was al bekend dat hij er zou gaan spreken – geweigerd omdat hij nog onvoldoende had gepresteerd!
Ik dacht dat ik van mijn stoel viel. Een man die, ondanks zijn overduidelijke politieke ‘handicap’ – huidskleur -, al jaren in de Senaat zit voor de democraten, met een aanzienlijke politieke ‘trackrecord’, die vervolgens de interne partijpolitieke machine rond Hillary Clinton met overtuiging weet te verslaan en die daarna hetzelfde doet met die zwaar overgefinancierde machine van de Republikeinen en de eerste gekleurde president van de USA wordt, en die bovendien in een vrij korte tijd wereldwijd zoveel aanzien verwerft dat hij de grootste economische crisis van de afgelopen honderd jaar redelijk weet te bezweren, verwijten dat hij nog onvoldoende heeft gepresteerd?
Wat hebben al die overjarige universiteitsbestuurders de afgelopen jaren gepresteerd? Niemand heeft ooit van ze gehoord, ze zijn waarschijnlijk nergens anders voor geschikt dan om papier van links naar rechts over hun bureau te schuiven.
Je hoort ze denken: “Hey boy, get us out of this financial mess. And hurry up if you can.” Op staande voet ontslaan is nog te goed voor ze.
Antelope Canyon
De zon schijnt volop als we om 11:30 uur (a.m.) voor het schamele kantoor van een plaatselijke touroperator buiten staan te wachten. We hebben, geheel tegen onze gewoonte in, een tochtje geboekt onder leiding van een gids naar de belangrijkste plaatselijke bezienswaardigheid: Antelope Canyon. Met zijn veertienen moeten we rug aan rug in de bak van een open truck. Een plastic zeiltje beschermt ons tegen de zon. Met een ernorm kabaal racen we naar de canyon. Eerst over asfalt. Dan over duinzand. Zwieren en zwaaien. Aan het eind van de rit stoppen we naast een stuk of vijf andere open trucks.
In de wand van een grote rode rots voor ons zien we een spleet. De rots is ongeveer 20 meter hoog. Een indiaanse, moeder van vier kinderen, jaagt ons de spleet in. Zij voorop.
Binnen is het een drukte van jewelste. De kloof is net breed genoeg om twee mensen elkaar te laten passeren. Soms zijn er halletjes. Daar is dan wat meer plek. De fotografen van onze groep, allemaal mannen op twee na, nemen onmiddellijk bezit van de ruimte en liggen en zitten in alle denkbare standen om hun plaatjes te schieten (zie de foto). En wat is dan op al die plaatjes te zien? Steeds dezelfde rode rots van beneden naar boven in allerlei plooien en draaingen. Boven is de lucht blauw. Soms valt een straal zonlicht tot op de zanderige bodem van de kloof. En dan gooien de indiaanse gidsen routineus, met schepjes, zand omhoog. Dat verstuift zo mooi in die lichtbundels. Het geklik en geklak is dan niet van de lucht. Het ratelt maar door. Tot plots achter ons een groep gemaskerde Japanners opduikt. Hun digitaaltjes in de aanslag. Ze worden met spoed gemaand tussen ons door te lopen. Per slot van rekening hebben wij twee maal zoveel betaald om met deze fotoclub mee te mogen.
Een ander voordeel is dat wij twee maal van het begin tot het eind van de kloof mogen doorlopen. Het eind van de kloof komt uit op een zandbak die wel 30 mijl lang is. Leuk voor de kleine indiaantjes om in te spelen.
In alle ernst vertelt een jonge indiaan, gids van een andere groep, aan een nerveuze Fransman in vol bergbeklimmersornaat, dat ‘s morgens een van hen altijd eerst alle gevaarlijke dieren de kloof uitjaagt (schorpioenen en slangen). Maar natuurlijk is het altijd mogelijk dat ze boven van de rand van de kloof naar beneden vallen. Maar de Fransman hoeft zich vooral geen zorgen te maken, want dit komt bijna nooit voor.
Prompt valt er naast mij, op ellebooghoogte, een harige (processie?) rups in het zand van een richel. De rups ziet er ook heel gevaarlijk uit met die grote ogen.
Maar wat een goudmijn, die spleet, voor de indianen. Omdat de canyon in het Navajo-reservaat ligt, mogen alleen zij deze toeristische tractatie uitbuiten. Dat doen ze tot het maximaal mogelijke. Als wij klaar zijn en wegrijden, komen de volgende ladingen kloofgangers er al weer aan.
Maar geef die indianen eens ongelijk. Nog tot het eind van de 19e eeuw, soms zelfs nog tot in de 20e, zijn ze door de blanke kolonisten vervolgd en uitgemoord.
Colorado Plateau
In Nederland zijn enkele maanden geleden 6 miljoen folders verspreid waaruit maar een conclusie mogelijk is. God schiep de wereld in zes dagen en op de zevende dag leunde hij tevreden achterover. Er zijn mensen die deze bijbelse tekst wat al te letterlijk nemen. Zij zijn ervan overtuigd dat de wereld slechts een paar duizend jaar oud is.
De National Park Service beheert in de USA alle door de federale regering bij wet tot nationaal natuurpark aangewezen gebieden. Voor de grap zeg ik wel eens dat de trots van de Park Rangers het gelijk van de creationisten bevestigt. De creationisten geloven heilig in een intelligent ontwerp van de wereld. Ze vergissen zich alleen in de maker: dat zijn de Park Rangers.
In ieder Amerikaans nationaal natuurpark wordt een film getoond over het gebied. Hoe al die pracht is ontstaan (met groot geweld en veel geduld van water en wind), wanneer die pracht is ontstaan (toch al gauw 300 miljoen jaar geleden) en wat er de grootste bedreiging van is (de mens). Het is duidelijk. Bijbelvaste mensen en Park Rangers hebben allebei ongelijk. Maar de (bijbelvaste) mensen vormen de grootste bedreiging van de natuur.
Recessie in de USA
Een deel van de 787 miljard dollar die door Obama is uitgetrokken om de crisis te bestrijden, gaat naar de reparatie van bruggen en wegen. Deze reparaties zullen vooral in de zomer worden uitgevoerd. Nadeel: files.
De voedselbanken krijgen meer voedsel (+20%) en geld (+40%) dan ooit. Maar nog altijd is het aanbod te laag om aan de vraag te kunnen voldoen.
Dominee Jesse Jackson vindt dat de NAACP (een belangenorganisatie voor Afro-Americans) de noodlijdende auto-industrie in Detroit moet ondersteunen.
De stad Durango in Colorado is van windenergie overgestapt op kolengestookte energie. Dit levert per jaar een besparing op van 45.000 dollar. Ze vinden het heel lastig om een medewerker te ontslaan om groene stroom te rechtvaardigen. Ron LeBlanc, de manager van de stad: “Those are the trade-offs you have to face.” Groene energie – van windmolens, zonne-energie en andere hernieuwbare energiebronnen – blijft duurder dan de traditionele energiebronnen. Een prijsvergelijking maakt veel duidelijk:
- Zonne-energie $ 175;
- Windenergie $ 91;
- Atoomenergie $ 73;
- Kolen $ 64.
Ik vraag me wel af wie de kosten betaalt van de gevolgen van de grote gele wolken die uit de kolengestookte energiecentrales in Page en Holbrook komen (beide in Arizona).
Niet alleen de federale overheid leent als een gek grote sommen geld. Ook de staten en de lokale overheden in de USA lenen enorme bedragen. Waar komt dat geld vandaan? Van pensioenfondsen en van buitenlanders. Nu maar hopen dat al die staten en gemeenten goed zijn voor hun geld. Ook opvallend is dat de universiteiten ondanks de gestegen prijzen toch meer studenten inschrijven. Dat is ook helemaal niet zo gek als we zien dat de werkloosheid in april is gestegen naar 8,9%. Het hoogste percentage in 25 jaar. Voor de bestuurders van de beursgenoteerde ondernemingen ziet het er ook wat minder goed uit. Hun inkomsten zijn al aanzienlijk omlaag gegaan door de stagnerende economie.
Mijn indruk is dat de gevolgen in de USA veel verder gaan dan in Europa. Ook al zie je daar hier op straat nog niet zoveel van.
Bron: USA Today, 4 mei 2009.
Slavernij
Lincoln is bij ons vooral bekend als de Amerikaanse president die de eenheid van de Unie wist te bewaren. Daar had hij wel een oorlog van vier jaar voor nodig. Maar, zoals de historicus Robert Leckie zegt: “None died in vain”.
Het standpunt van Lincoln over slavernij is al vanaf zijn dood een controversieel onderwerp. Volgens mij is echter geen twijfel mogelijk. “All men are born equal” was zijn vaste overtuiging. In de aanloop naar zijn verkiezing heeft Lincoln de nodige politieke strijd moeten leveren. Voor de senaat in zijn eigen staat Illinois (waar onder andere Chicago in ligt), maar ook voor de federale senaat in Washington. In 1858 verloor Lincoln van de democraat Douglas in de strijd om de senaatszetel van Illinois. De discussie over slavernij tussen Lincoln en Douglas is legendarisch. Douglas huldigde het standpunt dat de staten zelf het recht hadden voor of tegen slavernij te zijn. Hoewel Lincoln de doctrine van zelfbeschikkingsrecht onderschreef (als absoluut en eeuwig recht), beschouwde hij slavernij als moreel, sociaal en politiek onrecht. Juist ook omdat “the negroe” dit zelfbeschikkingsrecht werd onthouden.




