Kreupelhout

(o.) [heeft de oorspr. betekenis van kreupel, namelijk kruipend, vastgehouden], laag houtgewas met dooreengegroeide stammen en takken;

Archief

Archive for december, 2009

Goede voornemens

Een nieuw jaar vraagt om goede voornemens. Vaak gaat het dan om verbeteringen. Om te verbeteren, moet je veranderen. Maar wat is veranderen? lees verder

Consensusdwang

Voor mensen die van de besluitvorming op de klimaattop in Kopenhagen niet gelukkig worden een paar relativerende opmerkingen. lees verder

Iedereen moet meedoen

In 1838 stierven in Engeland en Wales per jaar 4.000 op de 1 miljoen mensen aan tuberculose. Dat aantal daalde naar ongeveer 2.000 in 1882, het jaar waarin Robert Koch de tuberculose bacil ontdekte. Waarna het aantal nog verder daalde naar 350 doden in 1945. In dat jaar kwamen voor tuberculose de medicijnen streptomycin en PAS op de markt. In 1960 was het aantal tuberculosedoden gedaald tot bijna nul.
In 1976 lanceerde McKeown een aanval op de overheersende opvatting dat de verbetering van de gezondheid van de voorafgaande 100 jaar was te danken aan de medische wetenschap. McKeown was toen hoogleraar in de sociale geneeskunde aan de Universiteit van Birmingham in Engeland. Ook zonder direct bewijs was hij van mening dat het aannemelijk was dat betere voeding, hygiëne en huisvesting verantwoordelijk waren voor de grote daling van het aantal tuberculosegevallen.* Zijn redenering was zeer aannemelijk want de daling was al ruimschoots ingezet voor de komst van afdoende medicijnen. McKeown was er vast van overtuigd dat meer preventie veel ziektes zou kunnen voorkomen. Hij onderscheidde twee soorten: ziektes die worden veroorzaakt door armoede (zoals tuberculose en andere infectieziektes) en ziektes die worden veroorzaakt door overvloed (zoals kanker, herseninfarcten en hartaandoeningen).
Het hek was van de dam. Roken, drinken, eten, waren van de ene op de andere dag – en dus zonder direct bewijs – de boosdoeners. Alles waar de westerse mens door zijn rijkdom volop van was gaan genieten. Vooral voedsel moest het ontgelden: 70% van alle bekende kankersoorten werd toegewezen aan ons Westers eetpatroon. Om chagrijnig van te worden.
Maar McKeown had het mis. Tuberculose was helemaal niet verdwenen door betere leefomstandigheden. Tuberculose verdween omdat tuberculosepatiënten gedwongen in sanatoria werden geplaatst. Omdat ze werden afgezonderd van andere, gezonde mensen konden ze die niet meer besmetten. Een feit dat al in 1908 in het boek The Prevention of Tuberculosis was geconstateerd. Een feit dat McKeown waarschijnlijk met opzet over het hoofd heeft gezien.**
Als ik tot me door laat dringen welke enorme invloed McKeown’s Social Theory van armoede en overvloed heeft gehad op de geneeskunde en de politiek, maar ook op de man en vrouw in de straat, word ik een beetje onrustig. Stigmatisering van mensen die voor een groot deel buiten de eigen schuld in ellendige omstandigheden terecht zijn gekomen, is nog het minste ongewenste bijverschijnsel van deze theorie. Uitsluiting als gevolg van die stigmatisering is ook nu nog schering en inslag.*** Ik vrees dat we voorlopig nog niet af zijn van zogenaamd goed bedoelde, maar in praktisch opzicht niet zulke handige opvattingen die zonder bewijs voor wetenschap moeten doorgaan.
Zo lees ik in De Sociale Staat van Nederland 2009 dat onze grote welvaart ‘die over de gehele linie zichtbaar is’ onverlet laat dat er toch honderdduizenden mensen zijn die niet sociaal participeren (bij 7% van de bevolking is sprake van ‘cumulatieve non-participatie’). Maar: als die mensen niet participeren, van welke samenleving maken zij dan deel uit? Waar halen zij hun boodschappen? Misschien willen die mensen wel gewoon met rust worden gelaten? Misschien willen ze wel helemaal niet participeren?
U stelt zich voor. U loopt op straat. Bij iets meer dan één miljoen mensen die daar ook lopen, denkt u: hier is sprake van cumulatieve non-participatie. Hier moet worden ingegrepen, want iedereen moet meedoen. Misschien hebben ze wel de Mexicaanse Griep of de Q-koorts! En laten we ons goed beseffen dat óók de geiten worden afgemaakt die in 2008 tegen de Q-koorts waren ingeënt. Wie weet wat al die ‘cumulatieve non-participanten’ dan staat te wachten als onverwachts de Mexicaanse Griep toch weer de kop opsteekt.

* Zie ook mijn weblog Goede voeding, lange levensduur.
** De informatie over McKeown komt uit Le Fanu, J. (2006). The Rise and Fall of Modern Medicine. London (UK): Abacus.
*** Zie ook mijn weblog Exorcisme.

De milieudruk van onze consumptie

Hoe saaier, hoe interessanter? Dat gaat zeker op voor het rapport Milieudruk consumptie in beeld. Dataverwerking en resultaten van Nijdam en Wilting (2003, RIVM).
Ondanks de crisis ga ik er van uit dat we vandaag de dag niet minder consumeren. Dus we kunnen de cijfers, die zijn van 1995, met een gerust hart voor waar aannemen.
De grootste milieudruk wordt veroorzaakt door onze voeding. Nijdam en Wilting onderscheiden zeven* consumptiedomeinen:
1. Arbeid; 2. Kleden; 3. Woning; 4. Wonen; 5. Voeden; 6. Vrije tijd; 7. Persoonlijke verzorging.
Daarnaast hebben zij (gelukkig) tien vormen van milieudruk geïdentificeerd.**
Onze voeding veroorzaakt dus de zwaarste milieulast. Daarna komt vrije tijd. Maar het wordt pas echt interessant als we de totale milieudruk per consumptiedomein afzetten tegen de totale bestedingen per consumptiedomein. Dan blijkt dat we meer uitgeven aan onze woning en persoonlijke verzorging dan de milieudruk van deze consumptiedomeinen rechtvaardigt. Voor alle andere domeinen geven we te weinig uit dan de milieudruk vereist. Echte uitschieter is dus voeding. Maar ook voor arbeid, wonen, vrije tijd en kleden is er sprake van een wanverhouding.
In deze context is het de vraag hoe we de opmerkingen van de christen-democratische Europarlementariër Esther de Lange over het eten van vlees moeten wegen: vooral blijven doen!
Het is overigens wel geruststellend dat, met uitzondering van de geluidsemissie van het wegverkeer, onze consumptie vooral milieudruk in het buitenland veroorzaakt.

* Ik kan er niets aan doen. Ik heb ’t echt niet zelf verzonnen. Maar het begint wel verontrustende proporties aan te nemen.
** Landgebruik, klimaatverandering, verzuring, vermesting, smogvorming, houtonttrekking, visonttrekking, geluidsemissie wegverkeer, wateronttrekking, bestrijdingsmiddelengebruik.

Honderd

Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht … honderd.
Wie niet weg is, is gezien.
Ineens heb je honderd logs op het web geschreven. Van wisselende kwaliteit. Jazeker. Soms truttig, qua stijl. Of langdradig. Wat te weinig humor. Maar vaak wel informatief.
Zoals een boodschappenlijstje een baken is in de oceaan van ons consumptieparadijs, wijst een weblog de weg in het ondiepe van je boekenkast. Want onpeilbaar is de diepte daarbuiten. Zelfs over de periode van één jaar is niet bij te houden wat voor schoons en interessants er allemaal verschijnt. Aan boeken, kranten, tijdschriften, proefschriften, films, muziek, kunstwerken, televisie-programma’s. Allemaal sporen die wij nalaten op het eindeloze tapijt van de geschiedenis. Sporen die zich daar opstapelen. Die ons leven markeren.
En daar hoort dan ook je eigen weblog bij. Dat schept natuurlijk wel een dilemma. Als de creatieve schepping op deze aardkloot al niet is bij te benen, waarom dan je eigen keutel daar nog aan toevoegen?

Redress is de waarde van poëzie, aldus dichter en Nobelprijswinnaar Seamus Heaney. Dat staat voor vergoeding, herstel. The redress of poetry. De schoonheid van de poëzie is een vergoeding voor de ellende die het aardse bestaan met zich meebrengt. Een herstelbetaling. Het is dan niet aan de dichter of de lezer of beschouwer om te bepalen of het gedicht al dan niet terecht is geschreven. Of om er van te genieten. Wie zegt dat we moeten genieten van de schoonheid van een gedicht? We zouden niet de eerste zijn die worden vervuld van melancholie, of zelfs van angst voor of van boosheid tegen de onpeilbare diepte die een gedicht kan oproepen.
Alleen al de oneindigheid van onze culturele productie en het besef het meeste mis te zullen lopen, stemt melancholisch, droevig ook. Al vroeg moeten we het besef van een volmaakte en volkomen grip, en daarmee begrip, naast ons neerleggen. Soms valt de druppel op de gloeiende plaat en verdampt in de euforie van een creatieve vondst. Soms valt anderen dat op. Inhaleren iets van die euforie. Om wanhopig van te worden.

Maar wat staat daar niet tegenover? Waar alle cultuur en wetenschap, politiek en recht, en wat al niet bij verschrompelen?
Horen dat je opa en oma bent geworden omdat je zoon en zijn vriendin een jonge hond hebben gekregen die Zar heet! Wat Spaans is voor tsaar.
Gewoon een gezellig etentje met een paar goede vrienden. Zeker als je daar de hele dag voor in de keuken hebt gestaan. Nog meer als het eten dan smaakt.
Een dagje op stap. Naar België. Ook in de regen. Vol verbazing het Wintercircus Mahy in Gent binnen stappen. Met prachtige zwart-wit foto’s van Stephan Vanfleteren tegen de wand van de circusarena: Hugo Claus, Wilfried de Jong in zijn blote kont, Eddy Wally, Kamagurka, Roger Raveel, Simon Vinkenoog. En nog veel meer onbekende beeldend kunstenaars, auteurs, acteurs en artiesten. Wat een tentoonstelling en wat een gebouw!

Een weblog is als de tentoonstelling in een gebouw. Iedereen is welkom. Verplicht tot niets. Het is maar tijdelijk. En je kunt er maar op één manier kennis mee maken en kennis van nemen. Door er in op te gaan.

Zeven 8: acht?

Wittgenstein zag in dat hij in zijn Tractatus ernstige fouten had gemaakt. Kennelijk waren zijn zeven stellingen niet zo ‘onaantastbaar en definitief’. In zijn tweede boek, na zijn dood uitgegeven, is hij heel wat bescheidener. Over Filosofische onderzoekingen zegt hij aan het slot van zijn Voorwoord: ‘Ik had graag een goed boek gemaakt. Het heeft niet zo mogen zijn; maar de tijd waarin ik het had kunnen verbeteren is voorbij.’ Het eerste deel heeft 693 genummerde paragrafen. Iedere paragraaf bestaat uit meerdere zinnen. Zelf spreekt Wittgenstein van filosofische opmerkingen. De systematiek van de Tractatus is verdwenen.*

Ramachandran blijkt bij nader inzien niet zeven maar acht wetten van de esthetische, kunstzinnige ervaring te hebben geformuleerd. De achtste is symmetrie. Een kunstzinnige ervaring die volgens Ramachandran mogelijk kan worden herleid tot twee principes. Het eerste is dat belangrijke objecten zoals roofdieren en prooien symmetrisch zijn. Symmetrie is dan een ‘early-warning’ systeem dat ons prikkelt om op te letten zodat we het object meer aandacht geven. Het tweede is dat het tegenovergestelde van symmetrie een kenmerk is van evolutionair minder geslaagde exemplaren van het menselijk ras. Onze evolutionair biologische wegwijzer zou ons er dan toe aanzetten om paring met deze mensen uit de weg te gaan.**

De grootste teleurstelling overkwam me natuurlijk bij het lezen van de tweede editie van het Handbook of Organization Studies uit 2006.*** In het hoofdstuk over het isomorfe karakter van de begrippen communicatie en organisatie heeft de lens-metafoor een andere naam gekregen, The Information Processing Metaphor. De volgorde is ook veranderd: de Discourse metafoor is van plaats 7 naar plaats 5 verhuisd, zodat de Symbol metafoor (van 5 naar 6) en de Voice metafoor (van 6 naar 7) een plaats opschoven. Maar mijn obsessie met het getal zeven liep behoorlijke averij op toen duidelijk werd dat er een achtste metafoor bij is gekomen: The Metaphor of Contradiction. Bij deze metafoor wordt er van uitgegaan dat spanningen en tegenspraak ten grondslag liggen aan sociale systemen: tegenstellingen en dilemma’s zijn voor de hand liggende verschijnselen in voortdurend veranderende complexe organisaties. Vandaar die tegendraadse achtste metafoor!

De vraag is: wat heb je aan een indeling? Met strepen, rondjes, sterretjes, letters of cijfers. Waar zijn ze de uitdrukking van? Ze hebben geen mathematische betekenis. Het is niet de bedoeling dat we de zeven of acht kunstzinnige ervaringen bij elkaar optellen. Of de communicatie- en organisatie-metaforen als vergelijkingen met één of meer onbekenden beschouwen. Indelingen geven hooguit een orde aan. Vaak niet eens een rangorde. Symmetrie is als kunstzinnige ervaring niet belangrijker dan contrast.
Laten we het er maar op houden dat het handig is om lijstjes te maken. Zoals mannen op zaterdag met in hun rechterarm hun tweejarige dochter en in de linkerhand het boodschappenlijstje. Dat die dochter twee is, is volkomen onbelangrijk. Als we geen jaartelling zouden hebben maar een telling gebaseerd op weken was ze misschien al ouder dan 102? En als dezelfde man de hele week had opgelet, wist hij op zaterdag precies wat hij moest meebrengen. Dan had ie in ieder geval één hand vrij. Ja, hij had zijn geheugen moeten gebruiken.
Is dat dan de reden voor onze fascinatie met lijstjes?
Ze helpen ons dingen onthouden?

* Wittgenstein, L. (1992). Filosofische onderzoekingen. Amsterdam: Boom Meppel.
** Ramachandran, V.S. en W. Hirstein (1999). The Science of Art. A Neurological Theory of Aesthetic Experience, in Journal of Consciousness Studies, nummer 6, pagina 5-52. Thorverton (UK): Imprint Academic.
*** Putnam, L.L. en S. Boys (2006). Revisiting Metaphors of Organizational Communications, in The SAGE Handbook of Organization Studies. Second Edition, pagina 541-577. London: SAGE Publications.

Zeven 7: suggesties?

De week heeft zeven dagen, er zijn zeven zeeën, we hebben zeven jaar een Paars kabinet gehad, klein duimpje had zevenmijlslaarzen, in een menorah kunnen zeven kaarsen, Peters en Waterman onderscheiden in hun boek Excellente ondernemingen zeven ontwikkelingsvariabelen, Mintzberg onderscheidt zeven organisatiemodellen. Er is dus nog veel meer. Hieronder blijkt dat vooral NRC Handelsblad mijn bron was. Dat maakt het overzicht natuurlijk verre van volledig.

Kwelgeesten
Als werknemer en interimmanager kwam Jaap Bron ze in zeven varianten tegen, de kwelgeesten: 1. Mensen met een rubberen inborst; 2. De zwijger; 3. De kleine dictator; 4. De uitsteller; 5. De alweter; 6. De sluipmoordenaar (nou vooruit dan = een intrigant die met roddel en kuiperijen probeert te ondermijnen); 7. De notoire zwartkijker. (Bron: NRC, 16 februari 1990.)
Een werknemer met een rubberen inborst, heeft die nu iets van al die andere zes?

Le rideau
Milan Kundera schreef een bundel over de Europese roman met zeven essays: 1. De geminachte erfenis van Cervantes (Don Quichot); 2. Gesprek over de kunst van de roman (zie Voldoening); 3. Aantekeningen bij de lezing van De slaapwandelaar; 4. Gesprek over de kunst van de compositie; 5. Ergens daarachter; 6. Vijfenzestig woorden; 7. Rede van Jerusalem: de roman en Europa.
Niet iedereen was tevreden over deze bundel, zie: Kunst van de roman.

Pedagogische momenten
Volgens de didactische literatuur zijn er zeven factoren die keuzemomenten van kinderen beïnvloeden: 1. Concrete ervaringen (gedrag en gedragsevaluatie); 2. Kennis (beschikken over, voor de keuze relevante gegevens); 3. Attitude (opvattingen en waardering van die opvattingen); 4. Zelfbeeld; 5. Competentie (persoonlijke en sociale vaardigheden); 6. Situationele (sociaal-economische status, opleiding van de ouders); 7. Culturele (formele en informele normen en waarden voor sociale omgang). (Bron: een eigen advies van 16 februari 1994.)

Bijzonder effectieve eigenschappen
Stephen Covey heeft, om voor mij volkomen onbegrijpelijke redenen, al jaren succes met zijn Seven Habits of Highly Effective …-reeks. Hij heeft geschreven over en voor managers, mensen, gezinnen en teenagers. Een voorbeeld. De zeven bijzonder effectieve eigenschappen van managers: 1. Wees pro-actief; 2. Begin met het einde voor ogen; 3. Begin bij het begin; 4. Denk win-win; 5. Probeer eerst te begrijpen, dan begrepen te worden; 6. Werk synergetisch; 7. Blijf scherp. (Bron: BIZZ van 13 oktober 1999)
Uit een onderzoek dat in de jaren tachtig van de vorige eeuw door de Rijkspsychologische Dienst onder managers bij de overheid is uitgevoerd, bleek dat managers inderdaad schapen met duizend poten moeten zijn. Overigens bezat geen van de onderzochte managers alle noodzakelijke eigenschappen in voldoende mate. Zou leuk zijn om eens na te gaan hoe dat tegenwoordig zit.

Verlies of winst
Martin van Lieshout bedenkt zeven redenen waarom Nederland zou verliezen, of winnen, tijdens het WK voetbal in 1998. (Bron: de Volkskrant van 7 juli 1998)
Een jaar of vier heb ik in Rotterdam gewerkt. Zo nu en dan ging ik met de metro van het treinstation naar kantoor. In die tijd had de Bond tegen het vloeken een campagne met een papegaai. In de metro hing een affiche. Staat er met grote letters onder die papegaai: Wie vloekt verliest. Had een echte Rotterdammer er met viltstift onder geschreven: Wie verliest vloekt nog veel harder.

Spiritueel succes
Deepak Chopra bedacht de zeven spirituele wetten van succes: 1. Pure potentialiteit; 2. Geven; 3. ‘Karma’ oftewel oorzaak en gevolg; 4. De minste weerstand; 5. Intentie en wens; 6. Afstand nemen; 7. ‘Dharma’ oftewel doel in het leven. (Bron: onbekend)
Hier past één van de beste spreekwoorden die ik de laatste jaren heb gehoord: Vraag niet hoe het kan, maar profiteer ervan! (Bedenker: Wessel Keizer.)

Helden en goden?
De Sumeriërs kenden 4000 jaar geleden al Zeven Machten. Zie: Helden en goden van Sumer – Een keuze uit de heroïsche en mythologische dichtkunst van het oude Mesopotamië. Vertaald uit het Sumerisch en toegelicht door Herman Vanstiphout.
Een voorbeeld. Weliswaar niet over de Zeven Machten. Maar toch. Een gedicht dat meer dan 4000 jaar geleden is geschreven:

De droom van Dumuzi

Het hart vervuld van tranen ging hij
weg naar de woestijn;
de jongeling, het hart vervuld van tranen,
ging weg naar de woestijn;
Dumuzi, het hart vervuld van tranen,
ging weg naar de woestijn.
Hij droeg een stok op de schouders en
jammerde steeds weer;
‘Begin een klaaglied, een klaaglied,
o woestijn, begin een klaaglied!
Woestijn, begin een klaaglied, moeras
schreeuw het uit!
Kreeften, begin het klaaglied in de stroom;
padden, hef de schreeuw aan in de rivier!
Mijn moeder zal roepen (…).’

Vierduizend jaar oud!

(Bron: de Volkskrant van 26 maart 1999)

Veranderen, veranderen
Pascale, Milleman en Gioja beschrijven interventies waarmee de cultuur in een organisatie kan worden veranderd. Naast resocialisatie en een nieuwe benadering van leiderschap kan ook verandering van de mentale discipline wonderen doen. Een instrument om die mentale discipline te beïnvloeden is de AAR. De After Action Review. Zeg maar, reflectie na de daad. De voorbeeld-AAR die zij aanhalen heeft zeven disciplines: 1. Zorg voor een gedegen kennis van de kwestie onderhanden; 2. Moedig compromisloos rechtstreeks taalgebruik aan; 3. Reflecteer vanuit de toekomst; 4. Zorg voor de opvang van terugval; 5. Ondersteun inventieve manieren van verantwoording; 6. Hang het principe aan van voor-wat-hoort-wat; 7. Zorg voor een aanhoudend gevoel van onbehagen met de bestaande situatie. (Bron: Changing the way we change, in de Harvard Business Review van november-december 1997, pagina 126-140.)
Voor alle duidelijkheid, de AAR is een reflectiemethode die in de Verenigde Staten in iedere professionele organisatie wordt gebruikt. Er zijn veel verschillende en zeer uitgebreide handleidingen voor, met bijbehorende formulieren.

Bonussen
Jeroen Wester geeft op de website van de NRC op 30 maart 2009, zeven vragen en antwoorden over bonussen. Het gaat vooral over de bonus van Wouter Bos.

Innovatie
W. de Bruin en W. Smit geven, onder d
e titel Innovatie op de werkvloer, zeven tips voor snelle, marktgerichte vernieuwingen: 1. Maak mensen vrij om creatieve medewerkers te begeleiden; 2. Stel innovatieteams divers samen; 3. Vraag het een buitenstaander; 4. Neem uw praktijkmensen mee naar de klant; 5. Gun uw medewerkers de tijd om na te denken; 6. Wees open; 7. Durf fouten te maken. (Bron: De website van Price Waterhouse Coopers; 30 mei 2005).
En iedereen zich maar afvragen waarom Nederland zo laag scoort bij de benchmark van innoverende landen.

Bolkestein en Europa
Na het Nederlandse ‘nee’ tegen het grondwettelijk verdrag voor Europa geeft Frits Bolkestein in de NRC van woensdag 15 juni 2005, aan de Europese Raad die de volgende dag in Luxemburg bijeenkomt, zeven wenken om door te gaan. Voor zover ik nu kan nagaan is geen van de wenken nagevolgd.

Hoofdzonden
In de NRC van zaterdag 18 en zondag 19 oktober 2003 beschrijven M. Tamminga en J. Wester de zeven hoofdzonden van Ahold: 1. Gulzigheid; 2. Gierigheid; 3. Gramschap; 4. Hovaardigheid; 5. Traagheid; 6. Onkuisheid; 7. Nijd.
Met of zonder hoofdzonden, Ahold draait nog als een tierelier.

24-uurseconomie
Op 24 juni 1998 spijkerden Aartsbisschop Simonis en hervormde predikant Plaisier samen op het Binnenhof in Den Haag op een door henzelf meegebrachte houten deur Zeven stellingen tegen de zevendaagse 24-uurseconomie: 1. Collectieve rustdagen zijn de groenstroken in onze tijdsbeleving; 2. Een 24-uurseconomie maakt mensen slaaf van economische motieven; 3. Een 24-uurseconomie ontregelt het bioritme van mens en natuur; 4. Zonder gezamenlijke vrije tijd is iedereen alleen; 5. Het collectief loslaten van geregelde werktijden maakt Nederland ziek; 6. Een 24-uurseconomie belemmert de overdracht van waarden en normen; 7. Mensen hebben recht op het gezamenlijk beleven en vieren van hun godsdienst. (Bronnen: NRC van 24 juni 1998 en de Volkskrant van 25 juni 1998)
Tsja. Zie: Rust en leegte; Doen wat we willen; Stilte en rust.

Liefde
In Expressing emotion, myths, realities and therapeutic strategies (1999) beschrijven Kennedy-Moore en Watson zeven verschillende love ways. Dit zijn manieren waarop mensen liefde ervaren: 1. Collaborative love: wederzijdse steun, op basis van onderhandeling; 2. Active love: samen activiteiten ondernemen; 3. Intuitive love: non-verbale liefdesuitingen door gezichtsuitdrukkingen, seks en fysiek contact; 4. Committed love: het tonen van betrokkenheid, praten over de toekomst en tijd met elkaar doorbrengen; 5. Secure love: gesprekken over intieme onderwerpen; 6. Expressive love: liefde tonen door dingen voor de ander te doen en te zeggen dat je van de ander houdt; 7. Traditional romantic love: bij elkaar willen zijn en betrokkenheid op elkaar. (Bron: Psychologie Magazine, februari 2000).
Fred Bronner heeft aangetoond dat de laatste twintig jaar onderhandelen in nagenoeg alle relaties gemeengoed is. In tegenstelling tot de jaren daarvoor. Kun je onderhandelen in relaties dan nog tot love rekenen? Als iedereen het al doet? Als het eigenlijk heel gewoon is?

Sex
Volgens Monica uit de Amerikaanse soapserie Friends hebben vrouwen zeven erogene zones. (Genoteerd op 22 mei 2006) Ze heeft er overigens niet bij gezegd welke dat zijn.

Waar mannen aan denken
In Als mannen kunnen praten beschrijft klinisch psycholoog Alon Gratch de zeven kenmerken van de mannelijke geest: 1. Schaamte (jongens huilen niet); 2. Emotionele afwezigheid (ik weet niet wat ik voel); 3. Mannelijke onzekerheid (ik ben het zat om altijd aan de top te zitten); 4. Op zichzelf gericht (zie me, hoor me, voel me, raak me aan); 5. Agressie (ik zal je eens laten zien wie de baas is); 6. Zelfvernietigend gedrag (ik ben zo’n loser); 7. Seksueel actie ondernemen (ik wil nu seks). (Bron: NBD/Biblion recensie. Met dank aan Kok van der Weijden.)
Het is toch logisch dat je als man gaat huilen als je een loser bent omdat je weet dat je nooit de top zult bereiken of de baas zult worden of dat de seks alleen maar met jezelf is. Alsof je dan niet weet wat je voelt!

Lichaamstaal
In de NRC van 17 en 18 januari 2009 beschrijft Ellen de Bruin zeven metaforen met een bewezen lichamelijke oorsprong: 1. Warm (en koud); 2. Pijnlijk; 3. Lang (of kort); 4. Vies; 5. Hoog; 6. Rood; 7. Wilskrachtig.
Zijn er lezers van mijn blog die suggesties hebben voor de lichamelijke oorsprong van het getal zeven?

Zeven 6: Massacommunicatie

De Amerikaanse psycholoog William McGuire heeft een aanpak bedacht voor de ontwikkeling van massamediale publiekscampagnes. Die bestaat uit zeven stappen*:
1. Analyseer de omstandigheden. Hoe serieus is het probleem? Wat is de effectiviteit van de gekozen oplossing? Draagt massacommunicatie bij aan de gekozen oplossing? Een voorbeeld. Als er over de hele wereld aantoonbaar een paar honderd mensen is overleden aan de Mexicaanse Griep, is dat veel. Vergelijk dat met de 20 miljoen mensen die zijn overleden aan de Spaanse Griep in 1918/1919. De Mexicaanse Griep is dus geen serieus probleem. Een ander voorbeeld. Rekeningrijden is volgens de huidige regering een manier om de filedruk te verminderen en de lasten van het rijden eerlijk te verdelen. Feit is dat de files op de snelwegen vooral worden veroorzaakt door ‘semi-lokaal’ verkeer. Mensen die niet meer dan 20 tot 30 kilometer hoeven te rijden, die net zo goed met de fiets of het openbaar vervoer zouden kunnen gaan en die gewoon op tijd thuis moeten zijn om het eten klaar te maken en voor de kinderen te zorgen. Deze mensen kunnen ook binnendoor rijden zodat bij de invoering van rekeningrijden de druk op lokale en provinciale wegen onevenredig zal toenemen. Rekeningrijden is dus een weinig effectieve oplossing. Nog een voorbeeld. Als alle mensen al weten dat roken slecht is voor de gezondheid, heeft het weinig zin om daar nog een massamediale campagne aan te wijden.
2. Onderzoek de ethische aspecten. Massamediale publiekscampagnes zijn bedoeld om mensen te manipuleren. Alle massamediale publiekscampagnes die de laatste tijd zijn gevoerd om mensen te wijzen op de problemen van de Mexicaanse Griep kunnen dus als niet-ethisch worden beschouwd.
3. Verken de sociaal-culturele omstandigheden. Identificeer de condities die het (gewenste of ongewenste) gedrag initiëren en bestendigen, de mensen waar het om gaat en de omstandigheden waarin het gedrag zich manifesteert. Dit type informatie verwerf je door antropologische en sociologische methoden te hanteren, zoals participerende observatie, open eind interviews, voorgeprogrammeerde vragenlijsten, en vraaggesprekken met deskundigen.
4. Werk de mentale matrix uit. Identificeer de gedachten, gevoelens, en activiteiten die met het gedrag samenhangen. Hier komt het nodige diepte-psychologisch onderzoek bij te pas. Mij zijn geen voorbeelden van Nederlandse massamediale publiekscampagnes bekend waarbij dit type onderzoek een rol heeft gespeeld.
5. Diep de inhoudelijke thema’s op. Hou er bijvoorbeeld rekening mee dat het gemakkelijker is om massamediaal informatie over te brengen dan om onverschilligheid te bestrijden. Dus: vertel niet dát mensen ‘verschillig’ moeten zijn, maar hoe ze aan het ‘verschillige’ gedrag kunnen voldoen.
6. Ontwerp de communicatie. Gebruik het lineaire model zoals dit als de ‘conduitmetafoor’ is beschreven in Zeven 2.
7. Evalueer de effectiviteit. Omdat te kunnen doen moet vooraf worden nagegaan wat het probleem is waar de communicatie een oplossing voor moet zijn. Bovendien moet tijdens de campagne worden nagegaan hoe de voortgang is. En achteraf kan dan worden gemeten of het beoogde effect is bereikt.

McGuire spreekt tot slot zijn medelijden uit met de mensen die massamediale publiekscampagnes moeten ontwerpen. Ze zijn verloren in een woud vol mogelijkheden. Hoe hier uit te geraken? McGuire: “Hij of zij kan de weg vinden door de welbeproefde methode van de scouts te gebruiken: rustig blijven en in één richting blijven lopen, vroeg of laat kom je dan wel bij de open plek; de enige echte gevaren zijn ter plekke bevriezen of alle gevoel voor richting verliezen en in rondjes te blijven rondlopen.” Daar kunnen we het dan mee doen.

* (Bron: Rice, R.E. en C.K. Atkin (ed.; 1989). Public Communication Campaigns. Second Edition. Newbury Park (CA; USA): SAGE publications. Pagina 62-65).

Zeven 5: Ramachandran

Op 6 februari 1999 verschijnt in de NRC een interview van Dirk van Delft* met de Amerikaanse hersenonderzoeker V.S. Ramachandran.** Volgens Ramachandran passen kunstenaars bewust of onbewust universele principes toe: “Kunst mag een lofzang op de menselijke creativiteit en individualiteit zijn, het prikkelen van ons visuele systeem, uitmondend in een prettig gevoel, loopt via vaste regels.” Deze regels kunnen volgens Ramachandran worden vastgelegd in de zeven wetten van de kunstzinnige ervaring:
1. Het peak shift effect. Kunst is kennelijk kunst als het visuele systeem in onze hersenen sterk wordt geprikkeld en zo een directe emotionele respons teweegbrengt. “Niet alleen is in het kunstwerk de essentie weergegeven, deze is ook nog eens versterkt. … Het is niet toevallig dat het vermogen van de kunstenaar om de kern te raken in wezen niet anders is dan wat ons visuele systeem zich gedurende de evolutie heeft geleerd. Kunst is karikatuur.”
2. Groepformatie. Dit is het zien van een verband.
3. Isoleren van een visuele aanwijzing. Concentreren op wat echt veelbelovend lijkt helpt om wijs te worden uit de enorme hoeveelheid signalen die we krijgen.
4. Contrast. Het visuele systeem let op sprongen in helderheid of op kleurovergangen: die kunnen op contouren wijzen.
5. De afkeer van een bijzonder gezichtspunt.
6. Puzzelen. Naakt dat schuil gaat achter een sluier vinden we spannender dan openlijk naakt: ons brein stimuleert het ontrafelen van ambigue taferelen.
7. Kunst als metafoor. Een metafoor is een mentale tunnel die twee schijnbaar losstaande zaken met elkaar verbindt.

In nummer 6 van het Journal of Consciousness Studies*** verscheen het definitieve artikel waarin Ramachandran de wetmatigheid van de esthetische ervaring uitwerkt. William Hirstein is zijn co-auteur. Dit artikel maakte een storm aan reacties los. Daar zal ik een andere keer nog uitgebreider op ingaan. En let vooral ook op het vervolg van deze serie! Daarin kom ik nog even terug op Ramachandran’s kunstzinnige wetten.

* Dirk van Delft was redacteur wetenschap van NRC Handelsblad, heeft een biografie over Heike Kamerlingh Onnes geschreven en is op dit moment directeur van het Museum Boerhaave in Leiden.
** V.S. Ramachandran is, onder andere, directeur van het Center for Brain and Cognition van de Universiteit van Californië in San Diego. Mensen die hem willen zien en horen kunnen kijken op: http://www.ted.com/talks/lang/eng/vilayanur_ramachandran_on_your_mind.html
*** Juni/juli 1999.

Zeven 4: taalgrenzen

In 1922 verscheen Ludwig Wittgenstein’s Tractatus logico-philosophicus.* Wittgenstein huldigde de opvatting dat de grens van ons denken alleen in de taal kan worden getrokken. ‘Wat over de grens ligt, zal doodeenvoudig onzin zijn.’ Hem scheen de waarheid van de in de Tractatus meegedeelde gedachten ‘onaantastbaar en definitief’.
Alle zinnen in de Tractatus zijn genummerd. In een voetnoot op de eerste pagina geeft Wittgenstein aan dat die nummering een logisch gewicht kent. Alle zinnen die beginnen met meer dan 1 getal, zijn ‘Bemerkungen’ bij de vorige zin. De zinnen die dus met één getal zijn aangeduid, mogen als de belangrijkste zinnen uit zijn werk worden beschouwd. Het gaat dan om de volgende zinnen:
1. De wereld is alles, wat het geval is.
2. Wat het geval is, het feit, is het bestaan van connecties.
3. Het logische beeld van de feiten is de gedachte.
4. De gedachte is de zinvolle volzin.
5. De volzin is een waarheidsfunctie van de elementaire volzinnen. (De elementaire volzin is een waarheidsfunctie van zichzelf.)
6. De algemene vorm van de waarheidsfunctie is: [p, ξ, N(ξ)]**. Dit is de algemene vorm van de volzin.
7. Van dat, waarover niet kan worden gesproken, moet men zwijgen.

Het zal geen toeval zijn dat de in Zeven 3 besproken Toulmin een student van Wittgenstein was tijdens de laatste jaren dat hij aan de universiteit in Cambridge werkte.

Overigens schrijft Wittgenstein in 1945 in het Voorwoord van Filosofische onderzoekingen*** over zijn Tractatus: ‘Sinds ik mij namelijk zestien jaar geleden opnieuw met filosofie ben gaan bezighouden, moest ik tot de conclusie komen dat ik ernstige fouten gemaakt had in wat ik in het eerste boek had neergelegd.” De Tractatus is het enige boek van Wittgenstein dat bij zijn leven is verschenen.

* Wittgenstein, L. (1989). Tractatus logico-philosophicus. Vertaald en van een nawoord en aantekeningen voorzien door W.F. Hermans. Amsterdam: Atheneum-Polak & Van Gennep.
** Op de tekens in de formule horen strepen. Die kreeg ik niet zo snel voor elkaar.
*** Wittgenstein, L. (1992). Filosofische onderzoekingen. Meppel/Amsterdam: Boom. Pagina 10.