Fatsoenlijk
In de buurt waar wij wonen, staat een klein overdekt zwembad. Tien meter lang en vijf meter breed. Daar worden kleine kinderen ingewijd in hun eerste zwemslagen. Het straatje langs het zwembad staat dan aan één kant vol met de auto’s waarmee de ouders hun kinderen brengen en halen. Spannende momenten voor alle weggebruikers.
In het oog hebben en houden
Kleine kinderen zijn altijd heel enthousiast als ze mogen gaan zwemmen en hebben dan weinig aandacht voor de gevaren die op straat op hen loeren. Als je dat als buurtbewoner weet, hou je daar rekening mee. Sowieso vind ik dat we als we in de auto achter het stuur zitten in het bijzonder rekening moeten houden met de meest kwetsbare weggebruikers. Voor hen moet het duidelijk zijn hoe wij als chauffeurs ons gedragen en dat we hen in het oog hebben en houden.
Kielzog
Uit de volgende anekdote mag worden afgeleid dat die houding soms onvoldoende wordt begrepen. Een man heeft zijn vrouw en dochtertje net afgezet als ik de bocht om de straat in rijd langs de ingang van het zwembad. Ik stop en geef vrouw en kind alle ruimte om op hun gemak over te steken. Op het moment dat ze op de stoep lopen en ik denk dat ze niet onverwacht weer de straat opschieten, laat ik voorzichtig de koppeling los en rolt de auto twee meter vooruit tegen vijf kilometer per uur. Juist op dat moment rent vijftien meter pal voor mij een jongetje de straat op, met in zijn kielzog een nog kleiner broertje of zusje, dat prompt struikelt over de stoeprand, en daarachter zijn vader met nog een kind aan de hand. Ik sta onmiddellijk stil.
Een vragend gebaar
De man die zojuist zijn vrouw en dochtertje heeft afgezet, heeft kennelijk niet meer het geduld om op mij te wachten en rijdt me tegemoet. Het is voor geen van ons meer mogelijk om verder te rijden, want de straat heeft met al die geparkeerde auto’s maar één rijstrook. Dus één van ons twee moet achteruit. Voor hij achteruit rijdt, kijkt hij me bijzonder boos aan en steekt met een vragend gebaar zijn hand in de lucht. Als hij weer op zijn oorspronkelijke plek staat geparkeerd en ik verder kan rijden, stop ik naast hem. We draaien allebei ons raampje open. ‘Wat ben jij nu aan het sjouwen? Waarom rij je niet gewoon door?’ Roept hij me opgewonden toe.
Ik heb het wel begrepen
‘Goedemorgen mijnheer. Met alle respect. maar ik vond het wel zo fatsoenlijk om uw vrouw en kind even gewoon rustig over te laten steken. En wat mij betreft, geldt dat ook voor die mijnheer met zijn drie kindjes die u daar nog net bij het zwembad naar binnen ziet gaan. Dat is wat ik fatsoenlijk vindt. En al helemaal op zo’n gevaarlijke plek als hier.’ Zijn gezicht betrekt. ‘U heeft gelijk mijnheer, je weet nooit wat er tussen de auto’s vandaan komt. Mijn excuses.’ Dan staat er al weer een PC Hoofttractor achter mij te claxonneren. Ik zeg: ‘Er zijn blijkbaar nog meer ongeduldige mensen. Zal ik het hem ook uitleggen?’ ‘Nee, doe maar niet, ik heb het wel begrepen. Nogmaals, u heeft gelijk, mijn excuses.’





Het is bijna Pasen ‘dus’ iedereen wordt weer helemaal gek van de stress. Snel, snel naar het zwembad, snel, snel naar de winkels. Natuurlijk hebben ze dan geen tijd om op jou of anderen te letten. Al zou het een stuk schelen als dat kippeneindje in het dorp met de fiets of te voet zou worden afgelegd.
Toch vond ik dit een hele positieve ervaring. Niet alleen heb ik een goede daad verricht door kwetsbare weggebruikers alle ruimte te geven, het is mij ook nog gelukt om zonder de man in kwestie ook maar iets tekort te doen, te wijzen op mijn standpunt. Bovendien heeft hij mijns inziens heel goed begrepen wat er aan de hand was. Dat lijkt me een prachtig voorbeeld van een win-win-situatie.