<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Kreupelhout</title>
	<atom:link href="http://tomvanoosterhout.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://tomvanoosterhout.nl</link>
	<description>advies en onderzoek</description>
	<lastBuildDate>Wed, 20 Feb 2013 12:09:47 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.2.1</generator>
		<item>
		<title>Een langer arbeidsleven</title>
		<link>http://tomvanoosterhout.nl/een-langer-arbeidsleven/</link>
		<comments>http://tomvanoosterhout.nl/een-langer-arbeidsleven/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 20 Feb 2013 12:09:47 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Arbeid]]></category>
		<category><![CDATA[Politiek]]></category>
		<category><![CDATA[Professionele sfeer]]></category>
		<category><![CDATA[Publieke sfeer]]></category>
		<category><![CDATA[Wetenschap]]></category>
		<category><![CDATA[arbeid]]></category>
		<category><![CDATA[arbeidsmarkt]]></category>
		<category><![CDATA[beeldvorming]]></category>
		<category><![CDATA[doorwerken]]></category>
		<category><![CDATA[duurzame inzetbaarheid]]></category>
		<category><![CDATA[economie]]></category>
		<category><![CDATA[employability]]></category>
		<category><![CDATA[financiële en economische crisis]]></category>
		<category><![CDATA[gezondheid]]></category>
		<category><![CDATA[leeftijdsbewust loopbaanbeleid]]></category>
		<category><![CDATA[onderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[pensionering]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[vakbeweging]]></category>
		<category><![CDATA[werkgevers]]></category>
		<category><![CDATA[werknemers]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://tomvanoosterhout.nl/?p=554</guid>
		<description><![CDATA[Stop ik of ga ik door met werken? De achterliggende drijfveren die bij deze vraag aan de orde zijn hebben Bert Breij en ik in 2012 proberen te achterhalen door daarover in gesprek te gaan met 23 werknemers. Vervolgens hebben we aan 10 werkgevers gevraagd wat zij denken dat de drijfveren van werknemers zijn als [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Stop ik of ga ik door met werken? De achterliggende drijfveren die bij deze vraag aan de orde zijn hebben Bert Breij en ik in 2012 proberen te achterhalen door daarover in gesprek te gaan met 23 werknemers. Vervolgens hebben we aan 10 werkgevers gevraagd wat zij denken dat de drijfveren van werknemers zijn als het over deze vraag gaat en hebben we ons licht opgestoken bij 2 deskundigen. Daarna hebben we de uitkomsten van al die gesprekken vergeleken met relevante inzichten uit secundaire, voornamelijk wetenschappelijke, bronnen.* De resultaten van het onderzoek zijn opmerkelijk.<br />
<span id="more-554"></span></p>
<h4>Fris en fruitig</h4>
<p>Om maar meteen met die secundaire bronnen te beginnen. Het is niet eenvoudig om daaruit drijfveren op te diepen. De meeste studies zijn namelijk opgezet vanuit de retoriek van het beleid: duurzame inzetbaarheid, leeftijdsbewust loopbaanbeleid, employability, pensionering. En het centrale uitgangspunt in die retoriek is: we moeten langer doorwerken! De vragen die in die onderzoeken daarom voortdurend worden gesteld, zijn: Hoe krijgen we dat voor elkaar? Hoe zorgen we ervoor dat mensen langer kunnen en willen doorwerken? Of, zoals één van de werkgevers het uitdrukte: Hoe hou je mensen “fris en fruitig”?<br />
Tot aan hun pensioengerechtigde leeftijd natuurlijk. Want daarna doorwerken wordt nog altijd door bijna iedereen afgewezen. Dat is pech voor de werknemers die dat wel willen of moeten.</p>
<p>Wat opvalt in die beleidsretoriek is dat maar zelden de stem van de werknemer zelf doorklinkt. Bij het doorspitten van al het, op zich nuttige, onderzoeksmateriaal hebben wij ook niet het gevoel gehad, ja, hier is de werkende mens zelf aan het woord. Hier spreekt de arbeidende mens.</p>
<p>Onze opdrachtgever, de stichting ILC Zorg voor Later, wilde juist aan die stem een podium geven, vanuit de gedachte dat een beter inzicht leidt tot een beter begrip. Dus laat ik om te beginnen eerst die werknemer maar eens sprekend opvoeren.</p>
<h4>Diepste drijfveren? We moeten niet overdrijven</h4>
<p>“Ik sta zelf aan het roer als het gaat om de beslissing om al dan niet te stoppen met werken. Ik laat me daarbij door niemand dwingen of verleiden. Ik maak het zelf wel uit. Desnoods pas ik me aan. Desnoods neem ik genoegen met minder als ik stop. En als ik doorga, dan bepaal ik zelf onder welke condities.”</p>
<p>Dat zijn straffe uitspraken voor een werknemer. Waar komen die vandaan? Klopt het ook wat ze zeggen? Hebben werknemers het roer in handen? Wat zijn de motieven, de drijfveren, die aan die houding ten grondslag liggen? Om deze uitspraken in het juiste perspectief te plaatsen, wil ik beginnen met een citaat uit een gesprek met één van de deskundigen: “We moeten niet overdrijven. Het grootste deel van de werkende bevolking zit echt niet dagelijks over zijn diepste drijfveren na te denken.”</p>
<p>Die relativering lijkt voor de hand te liggen, maar, en dat zien wij als een eerste belangrijke conclusie van ons onderzoek, wij hebben juist het tegendeel aangetroffen. Onze diepste drijfveren lijken veel vaker aan de oppervlakte te komen, lijken zich vaker in ons bewustzijn te manifesteren, dan we ook zelf over het algemeen geneigd zijn aan te nemen. Zeker als werknemers nadenken over de vraag of ze willen stoppen of doorgaan met werken, komen die diepste drijfveren in al hun heftigheid aan de oppervlakte. In de rest van mijn betoog hoop ik u van de juistheid van deze stelling te overtuigen.</p>
<h4>Een hele investering</h4>
<p>Als je, zoals wij dat hebben gedaan, de vraag stelt aan werknemers naar hun diepste drijfveren als het gaat om al dan niet stoppen met werken, dan praten ze vooral over hun werk. Heel gedetailleerd. Vol passie. Kennelijk prikkelt de vraag naar stoppen of doorgaan om te reflecteren op het eigen werk.</p>
<p>Als we dan dat idee van werk analyseren, ontvouwt zich een redelijk gestructureerd beeld dat is opgebouwd uit verschillende basiselementen. Zo hanteren werknemers een door henzelf geschapen idee van een zekere arbeidsroutine. Vier dagen per week, acht uur per dag. Plannen maken, dingen bedenken. Vergaderen. Achter je pc zitten. ’s Morgens altijd eerst koffie als je binnenkomt en een praatje met je collega’s. Van die routine krijgen mensen natuurlijk ook wel eens genoeg. Soms zelfs zoveel, dat dit een reden is om te overwegen te stoppen met werken.</p>
<p>Een ander basiselement is het idee van een responsieve arbeidsomgeving. Dat is een arbeidsomgeving die iets terugzegt als je daar wat aan vraagt of waar je zelf iets tegen zegt als die iets aan jou vraagt. “Hoe pak jij dat aan? Wat vind jij er van?” Werkgevers merken dat werknemers, meestal zeggen ze trouwens medewerkers, zich ook wel afschermen van, en tegelijkertijd in, hun arbeidsomgeving. Ze vinden dat werknemers dan samen met anderen op een door hen zelf geschapen eiland gaan zitten. Ze zetten er hekken of een muur omheen, al dan niet met een poortje. Al dan niet met prikkeldraad. Al dan niet met schietgaten. Dat werknemers daarmee een deel van hun regelmogelijkheden, van hun controlemogelijkheden op die omgeving kwijt raken, nemen die werknemers kennelijk op de koop toe.</p>
<p>Een arbeidsproces en een arbeidsorganisatie zijn de volgende twee basiselementen in de beelden die werknemers van hun werk schetsen. Dan gaat het over het scheppen van iets, het creëren. Het eigen vakmanschap. Dat vakmanschap, dat voortdurend kneden van je eigen kwaliteiten in dat arbeidsproces, in die arbeidsorganisatie, vinden werknemers van groot belang. Daarin investeren ze enorm veel van zichzelf. Ik citeer: “Ik voel me onrustig als ik niet werk.” “Ik voel me vrij als ik werk.” “Het is een constant gevecht om te mogen zijn die je bent.” Werknemers zien zichzelf ook, en dat is het vijfde en laatste basiselement, ze zien zichzelf als werknemer. Ze noemen zich bouwvakker of manager, loodgieter of docent, ober of hoogleraar, winkelbediende of directeur.</p>
<p>Dat idee van een arbeidsroutine, dat idee te functioneren in een responsieve arbeidsomgeving, dat idee betrokken te zijn bij een arbeidsproces in een arbeidsorganisatie en dat idee een arbeider te zijn, een werknemer te zijn, dat idee vormen mensen in hun hoofd, op basis van allerlei overwegingen die daar voortdurend rondspoken. Dat idee van het werk dat kennelijk zo prominent bij mensen aan de oppervlakte komt als je met ze in gesprek raakt over stoppen of doorgaan met werken, dat idee hebben wij arbeidsbesef gedoopt. Dat arbeidsbesef is dus een eerste drijfveer die wij aanwijzen als relevant voor de beslissing om al dan niet te stoppen met werk.</p>
<h4>Arbeidsbesef</h4>
<p>Met dat arbeidsbesef verklaren werknemers voor zichzelf en aan anderen dat ze een hanteerbaar, logisch samenhangend en ook in de tijd gezien consistent beeld hebben waarmee ze in staat zijn om hun dagelijkse feitelijke werkzaamheden te begrijpen en te verrichten. Het arbeidsbesef is een dynamisch besef, omdat het wordt gevormd onder invloed van de beleving van de concrete ervaringen in het dagelijks leven en tegelijkertijd die ervaringen stuurt.</p>
<p>Wij gaan ervan uit dat het door ons gevonden arbeidsbesef mag worden vergeleken met het door de socioloog Aaron Antonovsky gesmede begrip ‘sense of coherence’. Antonovsky definieert ‘a sense of coherence’ als een dynamisch gevoel van vertrouwen dat we de interne en externe prikkels die de hele dag op ons afkomen begrijpen, dat we die prikkels kunnen beheersen en dat het de moeite waard is om ons daaraan te binden en daarin te investeren. Ons arbeidsbesef geeft ons het vertrouwen dat we begrijpen waar we mee bezig zijn, dat we daar invloed op kunnen uitoefenen en dat het de moeite waard is om daarin te investeren.</p>
<h4>Er toe doen</h4>
<p>Maar wat is nu zo bijzonder aan dat arbeidsbesef als het gaat om het nemen van een beslissing om al of niet door te werken, om al dan niet met pensioen te gaan? Waarom speelt het überhaupt een rol? Wij onderscheiden twee argumenten:<br />
1. Wij hebben gemerkt dat het arbeidsbesef een sterk emotioneel geladen besef is. Werknemers investeren heel hun wezen, heel hun ziel en zaligheid, in dit besef. Het arbeidsbesef is voor veel mensen de belangrijkste manier om uitdrukking te geven aan hun gevoel er toe te doen in het leven en dat heeft andersom ook betekenis voor het werk zelf: “… love of work only ‘grows’ where the employee feels that he does a meaningful thing.”<br />
2. Het arbeidsbesef krijgt door de jaren heen ook steeds meer betekenis. Hoe ouder werknemers worden, hoe langer ze werken, hoe meer ze investeren in hun arbeidsbesef, hoe meer ze investeren in de kennis en ervaring waarmee ze hun vakmanschap, hun professionaliteit, opbouwen, hoe meer ze investeren in de organisatiecultuur en hoe beter ze daarin tot hun recht komen en hoe meer ze investeren in de eigen identiteit binnen én buiten het werk.</p>
<p>Mensen ontlenen trots en status aan hun werk. Het is de uitdrukking van de zekerheid waar mensen voortdurend naar op zoek zijn in hun bestaan.</p>
<p>Zo bezien is het dus logisch dat werknemers als ze nadenken over stoppen of doorgaan, dat ze dan die persoonlijke investering, dat arbeidsbesef, daarbij betrekken. Ze geven nogal wat op. Allerlei gevoelens van verlies spelen op. Gevoelens van kapitaalvernietiging. Waar heb ik het allemaal voor gedaan? Het gevoel af te moeten breken, los te moeten laten, op te moeten geven, af te moeten leren, wat in zoveel jaren is opgebouwd. Dat is niet niks.</p>
<p>Het gevoel verbannen te worden uit jouw arbeidsroutine, uit jouw arbeidsomgeving, uit jouw arbeidsproces, uit jouw arbeidsorganisatie. Het verlies van jouw identiteit als werknemer. Er komt na zoveel jaren, de sterkste en drukste jaren van je leven, een eind aan een ontwikkeling waarin je, steentje voor steentje, jouw arbeidsbesef hebt opgebouwd. En dan ineens over en uit. In de woorden van een werknemer: “Boem, klaar.”</p>
<p>Daarom is dat arbeidsbesef dus zo’n belangrijke drijfveer voor werknemers als ze nadenken over stoppen met werken. Ze geven nogal wat op.</p>
<h4>Job craften</h4>
<p>Deze conclusie hebben we in onze rapportage nog wat verder onderbouwd met de uitkomsten van onderzoek naar gedrag van werknemers op het werk. In het bijzonder verwijzen wij daar naar het onderzoek van Wrzesniewski &amp; Dutton. Daaruit blijkt dat werknemers voortdurend concrete veranderingen aanbrengen in het werk en de sociale omgeving in dat werk. Wrzesniewski &amp; Dutton noemen dat ‘job crafting’.</p>
<p>Waarom ‘craften’ werknemers hun ‘job’? Op de eerste plaats omdat ze controle willen hebben, ze willen dat hun werk van hen zelf is, dit geldt zelfs voor banen waar de autonomie gering is. Op de tweede plaats krijgen werknemers daar een positief zelfbeeld van dat vervolgens weer invloed heeft op hun werkvermogen. Op de derde en laatste plaats onderhouden werknemers door het ‘craften’ van hun ‘job’ sociale contacten op het werk om zo voortdurend het nut, de waarde, van hun werk te kunnen toetsen.</p>
<h4>De grote afwezige</h4>
<p>Naast dit arbeidsbesef, is de tweede belangrijke drijfveer die we hebben gevonden, de beleving van de invloed van de sociale omgeving. Daar is iets bijzonders mee aan de hand. Meer in algemene zin wordt aangenomen dat de beleving van de sociale contacten op het werk meewegen bij de beslissing om al dan niet te stoppen met werken. Werknemers zeggen wel dat dit zo is, maar hechten er vervolgens toch niet zo veel waarde aan. Wij hebben tijdens de gesprekken die wij hebben gevoerd ook niet gemerkt dat in de beleving van de werknemer als het gaat om deze beslissing de werkgever een rol speelt. De werkgever is de grote afwezige.</p>
<p>Voor deze bevinding hebben wij onderbouwing gevonden in het onderzoeksrapport Beslissingen rond langer werken: de onzichtbare drempels voor een later pensioen van Henkens, Solinge en Van Dalen uit 2009, ik citeer: “Werknemers ervaren de houding van de baas doorgaans vooral als onverschillig en slechts weinig werknemers wordt gevraagd wat langer te blijven.”</p>
<p>Maar, bij wie gaat de werknemer dan wel te rade? Bij diegene die emotioneel het meest dichtbij staat, de partner. Partners bepalen in gezamenlijk overleg alle belangrijke beslissingen, dus ook de beslissing om te stoppen of door te gaan met werken. Als beide partners werken, worden die beslissingen op elkaar afgestemd.</p>
<p>Opnieuw hebben wij voor deze bevinding onderbouwing aangetroffen in het rapport van Henkens, Solinge en Van Dalen. Voor een langer arbeidsleven blijkt dat overleg echter niet positief uit te vallen, ik citeer: “De steun van partners voor langer doorwerken blijkt gering. Het is ook duidelijk in welke richting die steun wel gaat: in de richting van eerder stoppen.”</p>
<p>De werkgever staat voor de werknemer dus op afstand. Het is mogelijk dat dit komt omdat werkgevers de zorgplicht jegens hun werknemers vooral in termen van de instrumentele benadering definiëren, zoals we die herkennen in de retoriek van het beleid: duurzame inzetbaarheid, leeftijdsbewust loopbaanbeleid, employability, pensionering. De directe sociale omgeving van de werknemer betrekken werkgevers ook niet in hun overwegingen. Werkgevers vinden dat maar lastig.</p>
<h4>Verantwoord werkgeverschap en verantwoord werknemerschap</h4>
<p>Wij onderscheiden nog een derde drijfveer: normen en waarden. Zoals bijvoorbeeld plichtsbesef of het gevoel van zekerheid en veiligheid. Normen en waarden geven in de ogen van de werknemers gewicht aan de argumenten die ze gebruiken om te beslissen om al dan niet te stoppen met werken. De normen en waarden die bij werknemers in hun daarbij spelen, zijn bijvoorbeeld: een goed mens zijn, hard werken, plichtsbesef, je best doen, persoonlijk geluk, een betere wereld, rechtvaardigheid. Als werknemers hun normen en waarden niet meer in overeenstemming kunnen brengen met hun arbeidsbesef en de invloed die zij vanuit de sociale omgeving ervaren, dan willen ze stoppen met werken.</p>
<p>Ook werkgevers verwachten normen en waarden bij hun werknemers: ze willen dat werknemers begrijpen wat verantwoord werkgeverschap is. Werkgevers willen dat de werknemer begrijpt dat een economisch verantwoorde bedrijfsvoering ook relevant is.</p>
<p>Uit de gesprekken met de werknemers blijkt dat zij deze normen en waarden over het algemeen inderdaad in hun eigen normen en waardenpatroon incorporeren. Ik citeer er één: “De inhoud van ons werk en de maatschappelijke druk op onze organisatie en ons werk, verbindt en bindt ons intern.” Het besef van normen en waarden is een zwaarwegende factor, een drijfveer om te werken en daarmee ook om te stoppen met werken.</p>
<h4>De grip kwijt</h4>
<p>De beleving van contextuele factoren is de vierde en laatste drijfveer die wij onderscheiden. Contextuele factoren zijn factoren die in de ogen van werknemers een grote invloed uitoefenen op hun beslissing om al of niet door te werken en waarvan ze zelf vinden dat ze daar op het moment van de beslissing zelf geen invloed (meer) kunnen uitoefenen.</p>
<p>Werknemers zijn er van overtuigd volledig grip te hebben op hun arbeidsbesef, maar bij de beleving van de contextuele factoren hebben ze die overtuiging juist helemaal niet. Een groter contrast tussen de ene drijfveer, het arbeidsbesef, en de andere, de contextuele factoren, is nauwelijks denkbaar. De door ons geïnterviewde werknemers wijzen vrij veel verschillende contextuele factoren aan die bij hun beslissing over stoppen of doorgaan een rol spelen. Ik licht er te illustratie enkele opvallende uit: gezondheid en in de tijd verschuivende en wenkende perspectieven.</p>
<h4>Gevoelens van ongezondheid</h4>
<p>Gezondheid wordt door alle geïnterviewden aangewezen als een belangrijke contextuele factor. De vraag is natuurlijk wat er voor contextueels aan is, aan de eigen gezondheid. Die heb je toch zelf in de hand? Toch is dat beeld van gezondheid als een contextuele factor een hardnekkig beeld. Mogelijk valt dit te begrijpen uit de volgende twee verklaringen die de geïnterviewden daar zelf voor geven. De eerste verklaring verwijst naar de beleving van ongezondheid. Gevoelens van gezondheid associëren mensen niet altijd met ongezondheid, met ziekte. De geïnterviewden merken ook op dat ze, nu ze ouder worden, ’s avonds regelmatig minder energie over hebben om nog andere dingen te doen.</p>
<p>Bij de tweede verklaring die ze geven, verwijzen ze naar een hoge ouderdom met mankementen. Dit perspectief versterkt de wens om te stoppen met werken, om daarna in goede gezondheid nog allerlei ‘leuke’ dingen te doen: “Elk jaar dat ik eerder kan stoppen, is goud waard.” Gezondheid wordt dus ook positief beleefd. Iets waar mensen van kunnen en willen genieten. Want als je werkt, doe je dat kennelijk niet.</p>
<p>Een andere contextuele factor waar naar wordt verwezen zijn wat wij de in tijd verschuivende perspectieven hebben genoemd. Zoals bijvoorbeeld het verlies aan sociale contacten of het verlies van autonomie of zelfstandigheid of het verlies van eigenwaarde op het werk – het gevoel hebben er niet meer toe te doen. Soms geven werknemers aan dat als ze al lang bij dezelfde werkgever werken niet meer naar een andere willen overstappen. Dat vergt teveel nieuwe investeringen en het gevoel van vertrouwdheid gaat verloren. Soms blijken bepaalde wensen, die mensen toen ze nog werkten hadden, gaandeweg toch lastiger te verwezenlijken, ik citeer: “Ik wilde altijd graag een wereldreis maken met de zeilboot. Maar mijn nieuwe vriendin blijkt bang te zijn op open water. Dus dat gaat mooi niet door.”</p>
<p>Dan zijn er nog de wenkende perspectieven, zoals dat reizen met die zeilboot. In het buitenland wonen. Samen met je partner dingen doen die zijn blijven liggen. Voor de kleinkinderen zorgen. Maar wenkende perspectieven zijn niet altijd positief, ik citeer: “Als je altijd vakantie hebt, is het geen vakantie meer.” En: “Je wilt nog zoveel doen. Je hebt het veel te druk om dood te gaan. Van dit soort gedachten word ik ongeduldig.”</p>
<h4>Negatieve beeldvorming</h4>
<p>Ik wil overigens aan de rij met contextuele factoren die door de werknemers naar voren zijn gebracht, er nadrukkelijk nog één toevoegen waar ze zelf niets over hebben gezegd: de beeldvorming over oudere werknemers. Ouder is dan vanaf 50 jaar, in sommige sectoren al vanaf 30 jaar. De beeldvorming over oudere werknemers blijkt al jaren achtereen overwegend negatief. De vraag is: zijn deze negatieve beelden terecht? Het antwoord is heel simpel en duidelijk: NEE. Laat ik dit illustreren aan de hand van twee metastudies.</p>
<p>De eerste studie is een meta-analyse van 44 onderzoeken naar vijf items waarvan wordt aangenomen dat die betrekking hebben op de manier waarop naar oudere werknemers wordt gekeken (het imago van ouderen): (1) worden ze wel of niet bevorderd, (2) worden ze wel of niet geselecteerd tijdens sollicitaties, (3) het algemene imago van oudere werknemers, (4) hun sociale vaardigheden en (5) de betrouwbaarheid. De studies zijn uitgevoerd over een periode van meer dan 30 jaar. Als alle resultaten naast elkaar worden gezet, blijkt dat eigenlijk maar één gemeten eigenschap overwegend positief scoort en dat is betrouwbaarheid. Op alle andere eigenschappen scoren oudere werknemers overwegend negatief in de perceptie van jongere én oudere collega’s en in de perceptie van leidinggevenden.</p>
<p>In de tweede studie zijn de werkelijke prestaties van werknemers afgezet tegen de levensloop op het werk (de work lifespan). Het gaat dan om (1) flexibiliteit (oplossen van nieuwe problemen en het geheugen), (2) productiviteit, (3) opleiding en ervaring, (4) emotieregulatie en (5) vasthoudendheid. Daaruit blijkt dat opleiding en ervaring, vasthoudendheid en emotieregulatie tot op zeer hoge leeftijd alleen maar vooruit gaan.</p>
<h4>Betekenisankers</h4>
<p>Alles samenvattend nemen wij dus op grond van ons onderzoek aan dat er vier drijfveren zijn die een sleutelrol vervullen als het gaat om het antwoord dat werknemers geven op de vraag: ga ik nu met pensioen of blijf ik nog werken? Het arbeidsbesef, de beleving van de invloed van de sociale omgeving, normen en waarden en de beleving van de invloed van contextuele factoren zijn de ‘betekenisankers’ waaraan werknemers hun overwegingen ophangen als het om het antwoord op die vraag gaat.</p>
<h4>Tegenstellingen</h4>
<p>Naast onze conclusie dat drijfveren bij werknemers voortdurend aan de oppervlakte komen, zeker als het gaat om de vraag om te stoppen of door te gaan met werken, én de vier drijfveren die wij hebben gevonden, hebben wij ook nog een paar andere, meer algemene conclusies getrokken.</p>
<p>De eerste algemene conclusie is dat er tegenstellingen bestaan in opvattingen tussen de verschillende actoren. Zo beweren werknemers dat ze het zelf wel bepalen en de werkgever speelt in hun beleving als het hier om gaat verder geen rol. Werkgevers vinden dat juist de contextuele factoren bepalen of en wanneer iemand stopt met werken. Zij voelen zich wel degelijk verantwoordelijk voor vraagstukken rond stoppen of doorgaan, maar zien die verantwoordelijkheid als verankerd in een institutionele zorgplicht. De politiek is alleen nog maar pro-werk, er moet worden doorgewerkt, desnoods met een cultuuromslag. Waarvan overigens niemand weet hoe die er uit moet zien.</p>
<h4>Onrust en onzekerheid</h4>
<p>De tweede algemene conclusie die wij trekken is dat er een algemeen beeld naar voren komt van onrust en onzekerheid onder werknemers. Daar worden door de werknemers zelf, maar ook door de werkgevers en de deskundigen de volgende verklaringen voor aangedragen:<br />
1. De zojuist aangehaalde tegenstellingen in opvattingen tussen de verschillende actoren.<br />
2. De huidige financieel-economische crisis. Maar dat ligt wel erg voor de hand.<br />
3. De maakbaarheidsgedachte die tegenwoordig tot uitdrukking komt in het moderne denken over management, drukt – zo signaleren zowel werknemers als werkgevers en deskundigen! – de waarde van het vakmanschap naar de achtergrond. Dat maakt mensen onrustig en onzeker, want doe ik er nu nog wel toe met mijn vakmanschap?<br />
4. De angst voor de ontmanteling van de verzorgingsstaat. Werknemers merken op dat ze steeds vaker krijgen te horen dat ze meer eigen verantwoordelijkheid moeten nemen. Dat lijkt op het eerste gezicht te passen bij de behoefte aan autonomie, aan ‘zelf bepalen’. Maar als het bijvoorbeeld om de financiële zekerheid op lange termijn gaat, zoals bij het pensioen, dan voelen werknemers zich toch vaak onmachtig als het gaat om de mogelijkheid om daar zelf verantwoordelijkheid voor te nemen.</p>
<h4>Wat zijn de drijfveren van werkgevers?</h4>
<p>Alle resultaten van ons onderzoek overziend, hebben we vier drijfveren blootgelegd waarvan wij aannemen dat die van doorslaggevend belang zijn voor werknemers als ze nadenken over de vraag: stop ik of ga ik door met werken? Een beslissing waarvan werknemers zeggen dat ze zelf wel uitmaken wanneer en onder welke condities ze die nemen. Een beslissing die tegenwoordig kennelijk met gevoelens van onrust en onzekerheid lijkt omgeven.</p>
<p>In de ogen van de werknemer is de werkgever de grote afwezige als het gaat om de beantwoording van die emotioneel zwaar beladen vraag. Of de werkgever echt de afwezige is, valt nog te bezien. Voor het gevoel van de werknemer maakt dat niet uit. Daarmee is de vraag naar wat de drijfveren van de werkgevers zijn die hierin meespelen bijzonder relevant en urgent geworden.</p>
<p>Dit heeft ons er toe gebracht om drie vragen te formuleren die naar onze mening de moeite waard zijn om in een vervolg op onze studie te beantwoorden:<br />
1. Welke drijfveren van werkgevers hangen samen met het vraagstuk van werknemers om al dan niet door te werken?<br />
2. Op welke wijze valt er een brug te slaan tussen werkgever en werknemer, zodanig dat de werknemer het gevoel krijgt dat de werkgever wel degelijk aanwezig is?<br />
3. Wat is de invloed van het gevoel van de afwezigheid van de werkgever op de overweging van de werknemer om wel of niet door te werken?</p>
<p>Werkgevers geven aan dat zij nog niet klaar zijn om de gevolgen van ontgroening en vergrijzing goed op te vangen met een gepast bedrijfsbeleid. Zij vragen zich af hoe om te gaan met de alsmaar ouder wordende arbeidspopulatie. Wat is het effect van een langer arbeidsleven voor beleid en organisatie? Hoe moet de overgang van werk naar niet-werk daarin worden ingepast? Het lijkt er op dat deze vragen pas een antwoord zullen vinden als werknemers en werkgevers samen de verantwoordelijkheid daarvoor oppakken. Daar hebben ze beide nog flinke stappen in te zetten. De vraag is of ze daar de tijd voor krijgen.</p>
<p>* De tekst is een weergave van de lezing die ik heb gehouden op 25 januari 2013 tijdens de presentatie van de onderzoeksrapportage voorafgaand aan de Jan Brouwerconferentie in Haarlem. <a href="http://tomvanoosterhout.nl/pdf/Arbeidsleven.pdf" target="_blank">De rapportage kan worden gedownload</a>.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://tomvanoosterhout.nl/een-langer-arbeidsleven/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Een vruchtbare verbinding?</title>
		<link>http://tomvanoosterhout.nl/een-vruchtbare-verbinding/</link>
		<comments>http://tomvanoosterhout.nl/een-vruchtbare-verbinding/#comments</comments>
		<pubDate>Thu, 13 Dec 2012 13:52:45 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Promotie-onderzoek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://tomvanoosterhout.nl/?p=544</guid>
		<description><![CDATA[Zorgcoöperaties en zorginstellingen: een vruchtbare verbinding? Het lijkt er inderdaad op dat de laatste jaren steeds meer mensen zich op latere leeftijd willen verzekeren van steun bij (potentiële) sociale, fysieke en cognitieve beperkingen door deel te nemen aan sociale netwerken in de vorm van zelforganisaties waarmee ze de vermeende tekortkomingen van de voorzieningen van de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<h3>Zorgcoöperaties en zorginstellingen: een vruchtbare verbinding?</h3>
<p>Het lijkt er inderdaad op dat de laatste jaren steeds meer mensen zich op latere leeftijd willen verzekeren van steun bij (potentiële) sociale, fysieke en cognitieve beperkingen door deel te nemen aan sociale netwerken in de vorm van zelforganisaties waarmee ze de vermeende tekortkomingen van de voorzieningen van de verzorgingsstaat proberen te compenseren (Allegro 2009; Van Oosterhout 2011a, 2011b, 2012a, 2012b; Rooijendijk, Dijt &amp; Wijers 2003). De vraag is dan aan de orde hoe de professionele zorginstellingen en de zelforganisaties zich tot elkaar zouden moeten verhouden. Die verhouding laat zich naar mijn mening typeren vanuit verschillende perspectieven: vanuit het klantenperspectief, vanuit het zorgsysteem (bestuur, beleid, uitvoering, organisatie, resultaten), vanuit de zelforganisaties, vanuit de heersende mensbeelden en vanuit de zorgideologie.<span id="more-544"></span></p>
<h3>Klantenperspectief</h3>
<p>De relatie tussen zorginstellingen en hun ‘klanten’ is fundamenteel ongelijk. Daar zijn vier argumenten voor aan te dragen. Op de eerste plaats krijgen de klanten van zorginstellingen weinig gelegenheid om zelf hun zorgvraag te formuleren, doorgaans ontbreekt daarvoor ook de tijd (Verbeek 2011). Bovendien hebben die klanten al helemaal geen invloed op het zorgaanbod (Van Oosterhout 2008). De relatie tussen zorginstellingen en hun klanten is ook ongelijk omdat de persoonlijke capaciteiten en wensen van die klanten ondergeschikt worden gemaakt aan de belangen van politiek, professionaliteit en bedrijfsvoering. Het vierde en laatste argument is dat de interventies van zorginstellingen zelden bijdragen aan het vermogen van hun klanten om de regie over het eigen leven te kunnen blijven voeren. ‘Welbeschouwd ontbreekt het aan politiek-bestuurlijk vertrouwen in de doelen en ambities die mensen voor zichzelf ontwikkelen.’ (Trommel 2010: 255) Uniformering en verschraling van zorg zijn het gevolg (Boekholdt 2007).</p>
<h3>Niet serieus genomen</h3>
<p>Naar mijn mening wordt de relatie tussen zelforganisaties in de zorg en zorginstellingen dus sterk bepaald door de fundamentele ongelijkheid tussen enerzijds de zorgvragers (de klanten) en anderzijds de zorgaanbieders (de zorginstellingen). Uit onderzoek blijkt inderdaad dat de verantwoordelijke politici, bestuurders, beleidsmakers en professionals geen serieuze belangstelling hebben voor initiatieven van zelforganisatie (Bosselaar 2005; Van Oosterhout 2008; Verhagen 2005) . Waarom zouden ze ook? Hun dagelijks leven wordt gedicteerd door hun eigen sores. Daarin draait het om het in evenwicht houden van zulke verschillende taken als ondernemerschap, zorgzaamheid en publieke en politieke verantwoordelijkheid (Putters 2009). Voorwaar geen eenvoudige opgaaf. Maar in zijn ‘Besturen met duivelselastiek’ heeft ook Putters het met geen woord over klanten, patiëntenverenigingen of zelforganisaties. Voor hen lijkt geen invloed van betekenis weggelegd. De systeemdwang of padafhankelijkheid in de zorg is overweldigend groot.</p>
<p>Maar waarom zouden we daar een punt van maken? Er is geen land in de wereld waar de kans op het ontvangen van formele zorg hoger is dan in Nederland (Pommer et al., 2007). Bovendien komen die zorgvoorzieningen over het algemeen terecht bij de mensen die ze het hardst nodig hebben (Klerk &amp; Schellingerhout, 2006). En in ons land overtreft de hulp vanuit het sociale netwerk ruimschoots die van het professionele netwerk (Koops &amp; Kwekkeboom, 2005). Daar mogen die zorginstellingen best trots op zijn. Dus wat is dan nog de noodzaak van zelforganisaties in de zorg? Waarom zijn ze een belangrijke aanvulling op de bestaande voorzieningen?</p>
<h3>Eigen regie</h3>
<p>Om die vragen te kunnen beantwoorden is het goed om te beseffen waar zelforganisaties in de zorg voor staan. Op de eerste plaats zijn het ledenorganisaties. De leden maken de dienst uit. Op de tweede plaats richten deze ledenorganisaties zich niet exclusief en alleen op een actuele zorgvraag van een individueel lid. De solidariteit tussen de leden staat centraal.<br />
Op de derde plaats onderscheiden ze zich met hun activiteiten, waarbij het accent ligt op (Allegro 2009; Van Oosterhout 2011b):<br />
1. leden-voor-leden activiteiten (van sociaal contact en gezamenlijk naar de film gaan tot onderlinge sociale hulpverlening, zoals het doen van boodschappen en vrijwillige vervoersdiensten);<br />
2. gezamenlijk inkopen van allerlei diensten, waaronder zorgdiensten;<br />
3. zorgadviseurschap;<br />
4. advocacy (opkomen voor de belangen van de leden, bijvoorbeeld door visitatie van zorgkwaliteit).<br />
Er zijn overigens geen zorgcoöperaties waar medische handelingen worden verricht. Sommige zetten zich wel in voor (tijdelijk) zorgverblijf (herstelzorg) en voorzieningen voor zorg aan huis (wijkzuster) .</p>
<p>Al deze activiteiten hebben tot doel dat mensen als ze ouder worden zo lang mogelijk in de eigen omgeving en het eigen huis kunnen blijven wonen onder eigen regie. Het is boeiend om te zien dat deze zorgcoöperaties tegelijkertijd voorzien in zowel de behoefte aan zelfontplooiing, de behoefte aan sociaal contact, de behoefte om een ander te helpen, de behoefte aan gemeenschapszin en de behoefte aan autonomie (Dobkin-Hall 2006, GHK 2010, Köstler &amp; Schulz-Nieswandt 2010; Van Oosterhout 2011a, 2011b, 2012a, 2012b; Schulz-Nieswandt &amp; Köstler 2011).</p>
<h3>Respectvolle zorgverlening</h3>
<p>Daarmee zijn de fundamentele verschillen tussen zelforganisaties in de zorg en zorginstellingen wel duidelijk. Aan de ene kant zijn er de zorginstellingen waar bestuur, beleid, uitvoering, organisatie en resultaten vorm krijgen in het gesloten systeem van de zorg. Een systeem dat er een mensbeeld op na houdt dat wordt gedreven door de belangen van politiek, professionals en bedrijfsvoering. Aan de andere kant zijn er de zelforganisaties waarin bestuur, beleid, uitvoering, organisatie en resultaten worden bepaald door de betrokkenheid en inzet van de leden. Zoals we hebben gezien worden de leden van die zelforganisaties gedreven door twee ogenschijnlijk tegengestelde disposities: hun eigenbelang (zelfontplooiing, sociaal contact, autonomie) en solidariteit (hulp geven en gemeenschapszin).</p>
<p>De relatie met zorginstellingen zal door zelforganisaties in de zorg waarschijnlijk primair worden bekeken vanuit de mate waarin die relatie meerwaarde kan bieden voor de leden. Praktisch gezien, als het om concrete zorg gaat, lijkt het alsof die meerwaarde dan heel groot kan zijn. Per slot van rekening hebben ook de leden van die zelforganisaties belang bij kwaliteit van zorg, zorg op maat, gunstige wachttijden en openingstijden, een goede dienstverlening en een gunstige verhouding tussen kwaliteit en kosten (SER 2000). Maar om op deze zorgijkpunten daadwerkelijk invloed te kunnen uitoefenen, moet eerst, vanuit het primaire belang van de zelforganisaties – eigen regie – het gesloten zorgsysteem open worden gebroken. Ik sluit niet uit dat dit tot de mogelijkheden behoort en dat het zelfs dringend is gewenst, maar voorzie dan een lange en gecompliceerde weg. Ook in het grote verband van de verzorgingsstaat lijkt het alsof de kloof tussen zorginstellingen en zelforganisaties onoverbrugbaar groot is: collectieve tegenover individuele belangen, professionele belangen tegenover die van mondige zorgvragers, marktwerking tegenover solidariteit.</p>
<p>Vanuit de perspectieven van de klanten, vanuit het zorgsysteem, vanuit de zelforganisaties, vanuit het heersende mensbeeld en vanuit de verzorgingsstaat ziet de relatie tussen zorginstellingen en zelforganisaties in de zorg er dus problematisch uit. Maar we kunnen ook nog vanuit een ander perspectief naar die relatie kijken, namelijk dat van de zorgideologie. Daar waar in feite alle zorg begint (De Lange 2010).</p>
<p>Mijn stelling is dat juist op het punt van die zorgideologie de kloof tussen zorginstellingen en zelforganisaties in de zorg heel klein is. Alle betrokkenen – politici, bestuurders, beleidsmakers, professionals én de zorgvragers –, kunnen zich volgens mij prima vinden in de ideologie van de ‘respectvolle zorgverlening’ . Daarin worden hulpvragers gezien als volwassen en volwaardig, maken publieke diensten verschillende uitkomsten mogelijk, is er ruimte voor ‘modern democratisch professionalisme’ (Tonkens 2009) en wordt die ‘respectvolle zorgverlening’ zoveel mogelijk vorm gegeven door de burger zelf.</p>
<p>Het is dus juist vanuit die gedeelde visie op een ‘respectvolle zorgverlening’ dat het gesprek en de samenwerking tussen zelforganisaties en zorginstellingen op gang moet komen en zal leiden tot vruchtbare afspraken, rekening houdend met ieders autonome positie en belangen en met een gepaste afstand tot elkaar.</p>
<p><strong>Voetnoot</strong>: Dit artikel is een bewerking van een inleiding die ik heb gehouden tijdens de conferentie <em>Zorg in eigen hand</em> die op 5 september 2012 is gehouden in de Brabanthallen in Den Bosch.</p>
<h3>Literatuur</h3>
<p>Allegro, J. (2009). Baanbrekende burgerinitiatieven. Innovaties in woonvormen, architectuur en planologie. Het Villagemodel. De woonzorgcoöperatie. Woongroepen nieuwe stijl. Multigenerationele planologie. Soesterberg: ILC Zorg voor later.<br />
Boekholdt, M. (2007). Maatschappelijk ondernemen in de zorg: mythe en werkelijkheid. Soesterberg: Het Zonnehuis.<br />
Bosselaar, J.H. (2005). De vraag als antwoord. Vraagsturing en sociaal beleid: voorwaarden en risico’s. Utrecht: digitale uitgave.<br />
Dobkin-Hall, P. (2006). A Historical Overview of Philantropy, Voluntary Associations, and Nonprofit Organizations in the United States, 1600-2000, in W.W. Powell &amp; R. Steinberg (eds.), The Nonprofit Sector: A Research Handbook &#8211; Second Edition (pp. 32-65). Yale: Yale University Press.<br />
GHK (2010). Volunteering in the European Union. Brussel: GHK.<br />
Jaarsveld, M. van (2011). Zorg is overheidstaak, aandacht geven niet. ANP: 21 juni 11, 09:39.<br />
Klerk, M. de, &amp; Schellingerhout, R. (2006). Ondersteuning gewenst. Mensen met lichamelijke beperkingen en hun voorzieningen op het terrein van wonen, zorg, vervoer en welzijn. Den Haag: SCP.<br />
Koops, H. &amp; Kwekkeboom, M.H. (2005). Vermaatschappelijking in de zorg. Ervaringen en verwachtingen van aanbieders en gebruikers in vijf gemeenten. Den Haag: SCP.<br />
Köstler, U. &amp; Schulz-Nieswandt, F. (2010). Genossenschaftliche Selbsthilfe von Senioren. Motive und Handlungsmuster bürgerschaftlichen Engagements. Stuttgart: Verlag W. Kohlhammer.<br />
Lange, F. de (2010). Waardigheid. Voor wie oud wil worden. Amsterdam: SWP.<br />
Oosterhout, T. van (2008). Georganiseerd wantrouwen. Praktijk van de Wmo. Roosendaal: RKV West-Brabant.<br />
Oosterhout, T. van (2011a). “Willen is kunnen moet je vriend zijn.” Rapportage van een verkennend onderzoek naar de haalbaarheid van eigentijdse zorgactiviteiten. Noordwijk aan Zee: Willen is Kunnen.<br />
Oosterhout, T. van (2011b). “Wij redden het wel.” Rapportage van het evaluatie-onderzoek voor de Coöperatie StadsdorpZuid. Amsterdam: StadsdorpZuid.<br />
Oosterhout, T. van (2012a). Er voor elkaar zijn. Rapportage van de haalbaarheidsstudie voor de herstelzorgvereniging Willen is Kunnen naar de ontwikkeling van eigentijdse zorgactiviteiten. Noordwijk aan Zee: Willen is Kunnen.<br />
Oosterhout, T. van (2012b). “De volgende stap.” Verslag van de bestuurlijke gespreksronde met de leden over de toekomst van Willen is Kunnen. Noordwijk aan Zee: Willen is Kunnen.<br />
Pommer, E., Gameren, E. van, Stevens, J., &amp; Woittiez, I. (2007). Verschillen in verzorging. De verzorging van ouderen in negen EU-landen. Gebaseerd op de eerste versie van het SHARE-bestand 2004. Den Haag: SCP.<br />
Putters, K. (2009). Besturen met duivelselastiek. Rotterdam: EUR.<br />
Rooijendijk, L., Dijt, A. &amp; Wijers, G.J. (2003). De mens in thema’s. Een thematische behandeling van de menselijke levensloop. Soest: Nelissen.<br />
Schulz-Nieswandt, F. &amp; Köstler, U. (2011). Bürgerschaftliches Engagement im Alter. Hintergründe, Formen, Umfang und Funktionen. Stuttgart: Verlag W. Kohlhammer.<br />
SER (2000). Naar een gezond stelsel van ziektekostenverzekeringen. Advies uitgebracht aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Publicatienummer 12. Den Haag: SER.<br />
Tonkens, E. (2009). Mondige burgers, getemde professionals. Marktwerking en professionaliteit in de publieke sector. Amsterdam: Van Gennep.<br />
Trommel, W. (2010). De activerende staat. In de schemerzone tussen verheffen en vernederen, in Verhoeven, I. &amp; Ham, M. (red.) Brave burgers gezocht. De grenzen van de activerende staat (pp. 241-257). Amsterdam: Van Gennep.<br />
Verbeek, G. (2011). Zorg: een kwestie van tijd. Afstemming van zorgverlening en organisatie op tijdsperspectieven van cliënten. (Proefschrift)<br />
Verhagen, S. (2005). Zorglogica’s uit balans. Het onbehagen in de thuiszorg nader verklaard. Utrecht: Uitgeverij de Graaff.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://tomvanoosterhout.nl/een-vruchtbare-verbinding/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>ABP schendt mensenrechten</title>
		<link>http://tomvanoosterhout.nl/abp-schendt-mensenrechten/</link>
		<comments>http://tomvanoosterhout.nl/abp-schendt-mensenrechten/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 12 Oct 2012 07:46:40 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Civil society]]></category>
		<category><![CDATA[Publieke sfeer]]></category>
		<category><![CDATA[boer]]></category>
		<category><![CDATA[Mensenrechten]]></category>
		<category><![CDATA[pensioen]]></category>
		<category><![CDATA[voedsel]]></category>
		<category><![CDATA[voedselvoorziening]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://tomvanoosterhout.nl/?p=530</guid>
		<description><![CDATA[Toegegeven die paar duizend euro die ik straks per jaar krijg van de ABP als ik met pensioen ga, is niet veel, maar tegen die tijd is iedere euro mooi meegenomen. Dan vind ik het wel fijn als dat geld voorlopig netjes is belegd. &#8220;Netjes&#8221; is voor mij dan primair in de geest van de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Toegegeven die paar duizend euro die ik straks per jaar krijg van de ABP als ik met pensioen ga, is niet veel, maar tegen die tijd is iedere euro mooi meegenomen. Dan vind ik het wel fijn als dat geld voorlopig netjes is belegd. &#8220;Netjes&#8221; is voor mij dan primair in de geest van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Daar gaat de ABP dus de fout in. Zo investeert de ABP in plantages in Mozambique waardoor de lokale boeren van hun grond worden gejaagd. Zie het <a href="http://www.fian.org/news/press-releases/mozambican-peasants-tour-europe-to-confront-governments-and-investors">rapport van de FIAN</a> daarover. De eer gaat in dit geval naar de Volkskrant die er uitgebreid over berichtte op woensdag 10 oktober 2012.<br />
Ik roep alle mensen die een ABP-pensioen ontvangen, of dit straks vanaf hun pensionering ontvangen, op om de ABP te vragen hun beleggingsportefeuille eens secuur door te lichten op schending van de mensenrechten.<br />
Zie en passant ook <a href="http://www.facebook.com/Thestorybehindamnesty">facebook</a> en onze website over het verschijnen van de Engelstalige versie van <a href="http://thestorybehindamnesty.com/free-chapter/">Het verhaal achter Amnesty International. 50 jaar strijd voor mensenrechten</a>, waar je gratis een hoofdstuk kunt downloaden.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://tomvanoosterhout.nl/abp-schendt-mensenrechten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>De Parabel over de Geboorte van Kunst*</title>
		<link>http://tomvanoosterhout.nl/de-parabel-over-de-geboorte-van-kunst/</link>
		<comments>http://tomvanoosterhout.nl/de-parabel-over-de-geboorte-van-kunst/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 28 Sep 2012 17:39:00 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Wetenschap]]></category>
		<category><![CDATA[filosofie]]></category>
		<category><![CDATA[IJdelheid]]></category>
		<category><![CDATA[kunst]]></category>
		<category><![CDATA[natuur]]></category>
		<category><![CDATA[Taal]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://tomvanoosterhout.nl/?p=524</guid>
		<description><![CDATA[Enkele miljoenen jaren geleden bedacht de natuur dat het wel leuk was om iemand te hebben om mee te spelen en de natuur vond de mens uit. In den beginne doolde de mens volkomen nutteloos en doelloos over de wereld. De natuur zag dat het niet goed was, want ze verveelde zich nog steeds kapot. [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Enkele miljoenen jaren geleden bedacht de natuur dat het wel leuk was om iemand te hebben om mee te spelen en de natuur vond de mens uit. In den beginne doolde de mens volkomen nutteloos en doelloos over de wereld. De natuur zag dat het niet goed was, want ze verveelde zich nog steeds kapot. De natuur besloot daarom om in de mensen haar ogen open te slaan om zo zichzelf beter te kunnen bespieden. Het voordeel voor de mensen was dat ze voortaan konden zien door wie ze werden opgegeten en wat ze zelf aten. Maar in de praktijk van alledag keken de mensen toch vooral naar zichzelf en naar elkaar. Dat had voor de natuur de eerste waarschuwing moeten zijn.<span id="more-524"></span></p>
<h3>Algebra</h3>
<p>Maar de natuur was buitengewoon ijdel en wilde alsmaar meer. Ze wilde niet alleen worden bekeken maar ook worden bewonderd. De natuur gaf de mens daarom emoties. Voortaan waren we in staat om te genieten van wat we aten. Maar wat bleek, de mensen begonnen vooral van elkaar te genieten. En de natuur dacht in al haar ijdelheid dat dit kwam omdat ze niet kon horen wat de mensen over haar hadden te zeggen. De natuur wilde horen dat wij haar bewonderden en gaf ons daarom woorden en spraak: &#8220;Aha, dat is een kastanjeboom. Kijk daar vliegt een Vlaamse Gaai. Luister een buizerd. Ruik je die dennenbomen?&#8221; Maar opnieuw bleken de mensen vooral over zichzelf en over andere mensen te praten. In de moderne wetenschap wordt roddelen inderdaad gezien als de belangrijkste verklaring voor het ontstaan van taal. De natuur in zijn oneindige ijdelheid kwam echter tot de conclusie dat het lag aan een gebrek aan begrip van de mens voor de natuur. De natuur wilde voortaan niet alleen bekeken, bewonderd en besproken worden, maar ook begrepen en ze gaf ons daarom algebra en het gevoel voor ruimte en tijd.</p>
<h3>Speeltje van de natuur</h3>
<p>En dat had de natuur misschien beter maar niet kunnen doen. Want vanaf de eerste dag dat de natuur zichzelf via de mens probeerde te begrijpen, had de mens natuurlijk feilloos in de gaten wat de natuur verborgen probeerde te houden. Met de gave van het begrijpen, gaf de natuur haar diepste geheim prijs: Wij mensen, zijn het speeltje van de natuur.</p>
<p>Misschien had de natuur er verstandiger aan gedaan een ander uit te kiezen om mee te spelen. De mens, inmiddels voorzien van een ijdelheid die verre die van de natuur oversteeg, was behoorlijk verbolgen over haar machteloze positie als speeltje van diezelfde natuur en zinspeelde op wraak. Toen bedacht de mens het volgende: “Als <strong>wij</strong> nu eens iets maken dat volkomen nutteloos en doelloos is? Als <strong>wij</strong> nu eens met de natuur gaan spelen?” En zo, beste mensen, zo is kunst geboren.</p>
<h3>Genoegdoening</h3>
<p>De wind mag dan nog zo mooi door de bomen ruisen en de beekjes mogen nog zo vrolijk kabbelen en de bossen mogen nog zo vlammend hun herfsttooi aan ons openbaren, dat haalt het toch allemaal niet bij wat de mensen aan kunstwerken maken. Die kunstwerken zijn de genoegdoening voor alle ellende die de natuur de mens heeft aangedaan. In, door en met kunst staan wij mensen eindelijk op eigen benen. Hebben wij de natuur daar even mooi te grazen genomen? Tot de natuur er natuurlijk weer genoeg van krijgt en een eind maakt aan het spelletje dat wij met haar spelen. Maar voor het zover is, kunnen we nog veel plezier beleven aan al het moois dat nu aan kunstwerken valt te zien. Geniet er van, met volle teugen.</p>
<p>* <em>Deze parabel is als openingshandeling uitgesproken aan het begin van de huisexpositie van <a title="Huisexpositie" href="http://hanniemommers.nl/HMBlog/druk-druk-druk-2/" target="_blank">Hannie Mommers</a>, op vrijdag 28 september 2012.</em></p>
<p>P.S. Voor geraadpleegde literatuur zie:</p>
<p>- Dunbar, R. (1996). <em>Vlooien, roddelen en de ontwikkeling van taal</em>. Baarn: Ambo.</p>
<p>- Heany, S. (1996). <em>De genoegdoening van poëzie. Essays</em>. Amsterdam: Meulenhoff.</p>
<p>- Safranski, R. (2005). <em>Friedrich Schiller of De uitvinding van het Duitse idealisme</em>. Amsterdam: Atlas.</p>
<p>- Safranski, R. (2009). <em>Romantiek. Een Duitse affaire</em>. Amsterdam: Atlas.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://tomvanoosterhout.nl/de-parabel-over-de-geboorte-van-kunst/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Elk bid zyn speelpop aan</title>
		<link>http://tomvanoosterhout.nl/elk-bid-zyn-speelpop-aan/</link>
		<comments>http://tomvanoosterhout.nl/elk-bid-zyn-speelpop-aan/#comments</comments>
		<pubDate>Wed, 26 Sep 2012 07:00:38 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Cultuur]]></category>
		<category><![CDATA[Oproer]]></category>
		<category><![CDATA[Publieke sfeer]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://tomvanoosterhout.nl/?p=514</guid>
		<description><![CDATA[Elk Bid Zyn Speelpop Aan, En Warmt Zich By De Maan Die mind een konstig Beeld, deze kiest een zaal met Boeken; Die wenscht een houte Paard, dat zonder vlerken vliegt; Deez&#8217; mint de Schilderkonst, die &#8216;t oog door verf bedriegt. Een vyfde vind zyn lust in Haaren te verkloeken: Uit: Mengelpoëzy; of, Festoen veeler [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://tomvanoosterhout.nl/wp-content/uploads/2012/09/Schermafbeelding-2012-09-26-om-21.43.371.png"><img class="alignnone size-medium wp-image-522" title="Schermafbeelding 2012-09-26 om 21.43.37" src="http://tomvanoosterhout.nl/wp-content/uploads/2012/09/Schermafbeelding-2012-09-26-om-21.43.371-300x200.png" alt="" width="300" height="200" /></a></p>
<p>Elk Bid Zyn Speelpop Aan, En Warmt Zich By De Maan</p>
<p>Die mind een konstig Beeld, deze kiest een zaal met Boeken;<br />
Die wenscht een houte Paard, dat zonder vlerken vliegt;<br />
Deez&#8217; mint de Schilderkonst, die &#8216;t oog door verf bedriegt.<br />
Een vyfde vind zyn lust in Haaren te verkloeken:</p>
<p>Uit: Mengelpoëzy; of, Festoen veeler Parnasbloemen, te saam gevlochten van menigerhande vaerzen, (&#8230;). Amsteldam, 1730. Door H. van den Burg, 1682-1752.<br />
Ontleent aan: Komrij, G. (1996). <em>De Nederlandse poëzie van de zeventiende en achttiende eeuw in 1000 en enige gedichten. </em>Amsterdam: Bert Bakker. (pagina 844)</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://tomvanoosterhout.nl/elk-bid-zyn-speelpop-aan/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het heft in eigen hand nemen</title>
		<link>http://tomvanoosterhout.nl/het-heft-in-eigen-hand-nemen/</link>
		<comments>http://tomvanoosterhout.nl/het-heft-in-eigen-hand-nemen/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 30 Jun 2012 13:42:26 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Promotie-onderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[gezondheid]]></category>
		<category><![CDATA[gezondheidszorg]]></category>
		<category><![CDATA[onderzoek]]></category>
		<category><![CDATA[ouderenzorg]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>
		<category><![CDATA[universiteit]]></category>
		<category><![CDATA[zorg]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://tomvanoosterhout.nl/?p=539</guid>
		<description><![CDATA[Een paar jaar geleden daagde prof.dr. Martin Boekholdt mij uit om te promoveren. Dat was naar aanleiding van mijn onderzoek naar de praktijk van de Wmo voor de Regionale Kruisvereniging West-Brabant en het onderzoek naar de vergrijzing voor de stichting ILC Zorg voor Later waar hij in het bestuur zit. Martin was toen zelf bijzonder [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Een paar jaar geleden daagde prof.dr. Martin Boekholdt mij uit om te promoveren. Dat was naar aanleiding van mijn onderzoek naar de praktijk van de Wmo voor de <em>Regionale Kruisvereniging West-Brabant</em> en het onderzoek naar de vergrijzing voor de stichting <em>ILC Zorg voor Later</em> waar hij in het bestuur zit. Martin was toen zelf bijzonder hoogleraar management van de zorg aan de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam.<span id="more-539"></span></p>
<h3>Goed voorbeeld, doet volgen</h3>
<p>Mijn idee over promoveren was niet zo positief. Het duurt lang en de mensen die ik er weleens iets over heb horen vertellen, hadden zoiets van &#8216;eens maar nooit meer&#8217;. Met uitzondering van Guido Rijnja. Die was altijd vol enthousiasme. Hij promoveerde op vrijdag 27 april 2012 om 14:45 uur aan de Universiteit Twente in Enschede op het onderwerp <em>Genieten van weerstand</em>: &#8216;&#8230; een zoektocht naar ambtelijke vindingrijkheid.&#8217; Zijn proefschrift is een genot om te lezen en een aanrader voor eenieder die enige affiniteit heeft met de publieke zaak. Een voorbeeld dat navolging verdiende en omdat Guido en ik al in een heel vroeg stadium uitgebreid over zijn proefschrift van gedachte hebben gewisseld, sterkte mij dat om tegen Martin te zeggen dat we het maar eens moesten proberen.</p>
<h3>Bron van inspiratie</h3>
<p>Inderdaad begint dan een ogenschijnlijk eindeloze weg. Eén promotor is niet genoeg. Dus kwam prof.dr. Willem Trommel in het vizier. Hoogleraar beleids- en bestuurskunde aan de VU. Dan moet je het met elkaar eens worden over het promotievoorstel. Mijn diepe bewondering gaat uit naar mijn twee promotoren en mijn vrienden die het ene na het andere concept hebben gelezen en van dusdanig commentaar hebben voorzien dat ik dacht, tegen de grens van de wanhoop, steeds weer een volstrekt tegengestelde weg te zijn ingeslagen. Bijzonder inspirerend was voor mij de lezing van het proefschrift van Willem Trommel: <em>Korter arbeidsleven: de wording van een rationele mythe. Loopbaan, arbeidsmarkt en verzorgingsstaat in neo-institutioneel perspectief</em>. Dit stamt uit 1995. Mensen die zijn proefschrift hebben gelezen, begrijpen alles van de arbeidsmarkt. Lezing van zijn proefschrift kwam ook goed uit omdat ik net met onderzoek naar een langer arbeidsleven bezig was. Willem combineert op heldere wijze theorie en empirie. Wat helpt als beide niet tot je primaire bagage behoren. Zoals in mijn geval.</p>
<h3>Gastvrijheid</h3>
<p>Nadat de promotoren zijn gevonden en het promotievoorstel in goedgekeurd, waarover zo meteen meer, moeten ook nog allerlei administratieve hobbels worden genomen. Maar ook die zijn geslecht, mijn VU-id heb ik en &#8220;namens de werkgever&#8221; ontving ik het bericht dat mij voor mijn promotieonderzoek &#8220;gastvrijheid&#8221; is verleend bij de Faculteit Sociale Wetenschappen, afdeling Bestuurswetenschappen, van de VU. Een gedenkwaardig moment.</p>
<h3>Maar waar gaat het nu over?</h3>
<p>Vol ongeduld vraagt menigeen zich natuurlijk af waar dat promotieonderzoek nu op is gericht. Gezien alle discussie over het voorstel is de vraagstelling uiteindelijk verbazingwekkend eenvoudig: waarom en hoe nemen burgers, in de context van de verzorgingsstaat, deel aan vrijwillige associaties die er op zijn gericht om (potentiële) sociale, fysieke en cognitieve beperkingen in de derde en vierde levensfase te compenseren? Daarmee is niet gezegd dat het antwoord op deze vraag op eenvoudige wijze is te vinden. Per slot van rekening is zorg heel normaal. Partners zorgen voor elkaar en, indien aanwezig, samen voor de kinderen. Opa en oma voor de kleinkinderen en de kinderen weer voor vader en moeder. Vrienden en kennissen zorgen voor elkaar. Zelfs de buren zorgen voor elkaar. Redeneer zo door en de verzorgingsstaat is het prototype van een vrijwillige zorgassociatie. Het zou dus verrassend zijn als het antwoord op de vraagstelling niet een grote mate van herkenbaarheid oproept. Dat blijkt bij promotieonderzoeken meestal het geval en de algemene en intellectuele opinie is dat de bijdrage aan wetenschap en samenleving meestal zeer beperkt is. Wat mij betreft, geldt dit zeker niet voor de proefschriften van Willem en Guido.</p>
<h3>Ledenorganisaties</h3>
<p>De eenheid van analyse, dat is het onderwerp dat nader wordt onderzocht, zijn de deelnemers aan vrijwillige zorgassociaties. Die associaties kennen wij niet onder deze naam, maar daar horen ledenorganisaties toe die bijvoorbeeld een herstelzorghotel exploiteren, zoals <a title="WIK" href="http://www.herstelhotel.nl/index.php?pagina=Herstelzorgvereniging+WIK">Willen Is Kunnen</a>, een coöperatie als <a title="Stadsdorpzuid" href="http://www.stadsdorpzuid.nl">StadsdorpZuid</a> in Amsterdam, die met meer dan 230, voornamelijk wat oudere, bewoners van Oud Zuid, een zorgnetwerk vormen en de <a title="RKV West-Brabant" href="http://www.rkvwestbrabant.nl/welkom.html">Regionale Kruisvereniging</a> in West-Brabant. In het buitenland bestaan vrijwillige zorgassociaties ook, zoals de <em>Seniorengenossenschaften</em> in Duitsland en bepaalde <em>Trusts</em> in Engeland.</p>
<h3>Gedegen analyse</h3>
<p>De kernvraag is natuurlijk hoe je er dan achterkomt waarom mensen aan deze vrijwillige zorgassociaties deelnemen. Ook het antwoord op deze vraag lijkt vrij eenvoudig, want ik vraag het gewoon aan ze. Helaas kun je bij mensen nooit helemaal zeker zijn van wat ze zeggen. Niet omdat ze onoprecht zijn of liegen, maar de menselijke drijfveren zijn nu eenmaal niet zo eenvoudig toegankelijk voor gewone stervelingen als u en ik. Dus wat ze zeggen, moet aan een gedegen analyse worden onderworpen vanuit diverse perspectieven. Vanuit wat anderen daarover hebben gevonden, vanuit wat anderen daarover hebben beweerd en vanuit de context van de opvattingen en het gedrag van de deelnemers. Voorlopig ben ik dus nog wel even zoet.</p>
<h3>Verantwoording</h3>
<p>In de wetenschap is alles mogelijk en mag je alles beweren, zolang je het maar kunt verantwoorden. Als onderdeel van die verantwoording zal ik op mijn website regelmatig verslag doen van de voortgang. Daarbij stel ik het zeer op prijs dat mensen die interesse hebben voor waar ik mee bezig ben en daar commentaar op willen leveren, dat ze dit dan ook doen. U bent bij voorbaat al bedankt.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://tomvanoosterhout.nl/het-heft-in-eigen-hand-nemen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Jongeren verdienen de beste zorg</title>
		<link>http://tomvanoosterhout.nl/jongeren-verdienen-de-beste-zorg/</link>
		<comments>http://tomvanoosterhout.nl/jongeren-verdienen-de-beste-zorg/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 08 Jun 2012 13:24:50 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Civil society]]></category>
		<category><![CDATA[Huisje, boompje, beestje]]></category>
		<category><![CDATA[Publieke sfeer]]></category>
		<category><![CDATA[gezondheid]]></category>
		<category><![CDATA[gezondheidszorg]]></category>
		<category><![CDATA[jongeren]]></category>
		<category><![CDATA[ouderen]]></category>
		<category><![CDATA[ouderenzorg]]></category>
		<category><![CDATA[zorg]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://tomvanoosterhout.nl/?p=480</guid>
		<description><![CDATA[Rien Meijerink, voorzitter van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ), is een idealist: ‘Ouderen verdienen de beste zorg.’ Maar vinden jonge mensen dat ook, vroeg de RVZ zich af. Drie jonge mannelijke en vijf jonge vrouwelijke bekende Nederlanders mochten van de RVZ daar iets over zeggen. De voorzitter: ‘Heeft u vooroordelen over jongeren? [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Rien Meijerink, voorzitter van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ), is een idealist: ‘Ouderen verdienen de beste zorg.’ Maar vinden jonge mensen dat ook, vroeg de RVZ zich af. Drie jonge mannelijke en vijf jonge vrouwelijke bekende Nederlanders mochten van de RVZ daar iets over zeggen. De voorzitter: ‘Heeft u vooroordelen over jongeren? Dan kunt u die nu meteen overboord zetten.’ Maar laten we nog even wachten met de opvolging van die aansporing en kijken wat de jonge, bekende Nederlanders zelf hebben te zeggen.<span id="more-480"></span></p>
<h3>Huisje, boompje, familie?</h3>
<p>Zou het een vooroordeel zijn wanneer je net als ik al jaren ervan overtuigd bent dat ook voor jonge mensen familie en vrienden belangrijk zijn? En dat ‘gelukkig worden’ hun hoogste doel in het leven is? En dat ze daarnaar handelen? Het onderzoekje van de RVZ bevestigt in ieder geval al mijn vooroordelen in deze. Ik zou zelfs willen zeggen, dat is een mooi onderwerp waarop je als jongere kunt afstuderen, ware het niet dat er al een Duitse prof. dr. is die daar een algemene theorie voor heeft ontwikkeld: de Algemene Hedonische Motivatietheorie. Al ons streven is gericht op plezier of vermindering van pijn (Rainer Reisenzein, zie: <a href="http://www.phil.uni-greifswald.de/index.php?id=7001">http://www.phil.uni-greifswald.de/index.php?id=7001</a>). Het is pas uniek als jonge mensen niet het slachtoffer zouden zijn van deze theorie. Dat kan overigens, maar dan lijd je aan <em>anhedonia</em> (Frijda 2008: 147).</p>
<h3>Eigen keuzes maken</h3>
<p>De voorzitter vat de meningen van de jongeren nog verder samen: ‘Eigen keuzes kunnen maken, dat vinden jongeren belangrijk. Ook als ze oud zijn.’ Natuurlijk blijft het een raadsel hoe jongeren weten dat als ze oud zijn ze nog steeds eigen keuzes willen kunnen maken, maar een kniesoor die daar op let. Op dit punt koester ik geen vooroordelen tegen jongeren. Fantaseren staat iedereen immers vrij. Waar deze kniesoor wel op let en zelfs een beetje door verontrust wordt, is de volgende constatering van de voorzitter over de jongeren: ‘De meesten zeggen … dat er meer mogelijkheden moeten komen om je eigen leven in te richten zoals jij dat wilt. Bijvoorbeeld zolang mogelijk thuis blijven wonen.’ Dat laatste klopt, jongeren blijven tegenwoordig zolang mogelijk thuis wonen. Het is waarschijnlijk ook mijn vooroordeel dat ik denk dat jonge mensen tegenwoordig toch echt hun leven inrichten zoals zij dat zelf willen. Aan alles merk ik dat ze zich niets van mij aantrekken. Maar ook daar valt prima mee te leven. Waar het mij om gaat is dat ze zeggen dat er ‘meer mogelijkheden moeten komen’! Wat dachten jullie jonge mensen ervan om daar zelf voor te zorgen? Willen jullie nu echt die oudjes overal voor laten opdraaien? Niks eigen keuzes maken. Gepamperd willen ze worden die jongeren. Hoezo vooroordelen, ze zeggen het zelf.</p>
<h3>De menukaart van de toekomst</h3>
<p>Dat jongeren vinden dat er voor hen meer mogelijkheden moeten komen, komt volgens de voorzitter omdat ze allemaal onzeker zijn over de toekomst. En dat vindt de voorzitter niet goed: ‘Jonge mensen, op wie ouderen steunen, moeten niet wakker liggen van hun toekomst als oudere in Nederland. Alleen dat al is een belangrijke reden voor de overheid om duidelijkheid te scheppen over de ouderenzorg in de toekomst.’ Niks avontuur, niks groots en meeslepend leven. Op hun twintigste willen ze al weten in welk verzorgingshuis ze terecht komen als ze tachtig zijn. De jongeren willen ‘de menukaart van de toekomst zien’, zodat ze zich kunnen voorbereiden. En wij oudjes maar bang zijn dat we vooroordelen over jongeren hebben.</p>
<p>Literatuur: Frijda, N.H. (2008). <em>De wetten der emoties</em>. Amsterdam: Bert Bakker.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://tomvanoosterhout.nl/jongeren-verdienen-de-beste-zorg/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>IJs- en ijskoud</title>
		<link>http://tomvanoosterhout.nl/ijs-en-ijskoud/</link>
		<comments>http://tomvanoosterhout.nl/ijs-en-ijskoud/#comments</comments>
		<pubDate>Sun, 13 May 2012 08:43:02 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Huisje, boompje, beestje]]></category>
		<category><![CDATA[communicatie]]></category>
		<category><![CDATA[mobiele telefoon]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://tomvanoosterhout.nl/?p=473</guid>
		<description><![CDATA[Of het serieus is of niet, ik heb geen idee, maar hulpverleningsdiensten adviseren bezitters van mobiele telefoons om een zogenaamde ICE-code te installeren. ICE staat voor In Case of Emergency. De code verwijst dan naar degene die moet worden gewaarschuwd als we zelf patiënt zijn geworden. Dit advies is niet onproblematisch. Enkele overdenkingen bij de [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Of het serieus is of niet, ik heb geen idee, maar hulpverleningsdiensten adviseren bezitters van mobiele telefoons om een zogenaamde ICE-code te installeren. ICE staat voor <em>In Case of Emergency</em>. De code verwijst dan naar degene die moet worden gewaarschuwd als we zelf patiënt zijn geworden. Dit advies is niet onproblematisch. <span id="more-473"></span></p>
<h3>Enkele overdenkingen bij de ICE-code</h3>
<p>1.) Mijn partner aanduiden met de code ICE komt bij mij nogal koud over.</p>
<p>2.) Mijn mobiel staat altijd op de beveiligingscode. Dus daar kan niemand in, behalve als die de beveiligingscode kent. Dus als hulpverleners mijn mobiele telefoon zien, is het als bij de kaas van Dorus: &#8220;Nee, geen ijs vandaag.&#8221; (1)</p>
<p>3.) Ik heb overwogen om het 06-nummer van mijn partner onder mijn oksel te laten tatoeëren (de plek die het langst gaaf blijft bij het oplopen van fysieke beschadigingen). Het probleem is alleen dat ik daar dan al 6 verschillende nummers zou hebben staan (mijn partner wisselt regelmatig van nummer, ik niet van partner! Voordat daar weer misverstanden over ontstaan).</p>
<p>4.) Waarom willen hulpverleners nu zo graag mijn partner bellen als mij <em>iets</em> is overkomen en wel zodanig <em>iets</em> dat ik zelf niet meer in staat ben om met haar te communiceren? Laten ze hun tijd en aandacht geven aan mij en ervoor zorgen dat ik zo snel mogelijk zelf weer mijn partner kan bellen. Over al die vreemde mannen aan de telefoon zal ze zichzelf alleen maar opwinden en uiteindelijk komt ze er toch wel achter dat er iets aan de hand is en dan is ze blijer dat er goed voor mij is gezorgd dan dat iedereen alle moeite heeft gedaan om haar telefoonnummer te achterhalen.</p>
<p>5.) Mocht in mijn geval iedere hulp te laat komen, dan maakt het mij eigenlijk niet meer zoveel uit. Feitelijk gezien uiteraard, als ik dood ben. Niet moreel gezien, bij leven. Ook mijn partner zal het waarschijnlijk niet zoveel meer uitmaken. Die heeft mij toch liever levend dan dood.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>(1) De kaas van Dorus verwijst hier naar een wereldberoemde scene uit de televisieshow van Tom Manders, die als Dorus in de zestiger jaren bijzonder populair was. Dorus ging gekleed als een sjofel mannetje en had een soort cabaret waarin hij ook wel placht te zingen. In een bepaalde scene speelt hij magazijnbediende van een octrooibureau. In beeld een aantal rekken en een tafel met stoel. In de rekken de uitvindingen. In één van de rekken staat ook een klein flesje met sterke drank. Dorus wordt dronken. In zijn steeds liederlijker verhaal steekt hij de draak met de uitvindingen waar hij het beheer over heeft. Zo laat hij een klein houten plankje zien met een smalle gleuf waar een (ouderwets) scheermesje in steekt. Het is een muizenval. De bedoeling was om aan de ene kant van het scheermesje kaas neer te leggen en dat een aantal dagen vol te houden. De muis zou steeds de kaas opeten. Maar op een zekere dag wordt er geen kaas neergelegd. De muis kijkt over de rand van het scheermesje naar de andere kant van het plankje of daar dan misschien kaas ligt en schudt het hoofd van links naar rechts, onder de mededeling: &#8216;Nee, geen kaas vandaag.&#8217; Die beweging met het hoofd over het scheermesje doet de muis de das om.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://tomvanoosterhout.nl/ijs-en-ijskoud/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Hoe zien bezuinigingen er uit?</title>
		<link>http://tomvanoosterhout.nl/hoe-zien-bezuinigingen-er-uit/</link>
		<comments>http://tomvanoosterhout.nl/hoe-zien-bezuinigingen-er-uit/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 13 Apr 2012 21:13:22 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tom</dc:creator>
				<category><![CDATA[De staat]]></category>
		<category><![CDATA[bezuinigingen]]></category>
		<category><![CDATA[crisis]]></category>
		<category><![CDATA[politiek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://tomvanoosterhout.nl/?p=308</guid>
		<description><![CDATA[Crisis, crisis, crisis. Niemand luistert meer als je er over begint. De leiders van het kabinet hebben zich teruggetrokken om te kijken of ze nog meer kunnen bezuinigen, want het is wel duidelijk dat het hen verder aan enige politieke creativiteit ontbreekt. Voor iedereen die denkt dat alleen het kabinet moet bezuinigen, is het volgende [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Crisis, crisis, crisis. Niemand luistert meer als je er over begint. De leiders van het kabinet hebben zich teruggetrokken om te kijken of ze nog meer kunnen bezuinigen, want het is wel duidelijk dat het hen verder aan enige politieke creativiteit ontbreekt. Voor iedereen die denkt dat alleen het kabinet moet bezuinigen, is het volgende wel interessant.</p>
<p><img title="bezuinigingen01" src="http://tomvanoosterhout.nl/wp-content/uploads/2012/04/120307-bezuinigingen01.jpg" alt="bezuinigingen" width="600" height="400" /></p>
<p><span id="more-308"></span></p>
<p>We hebben hier waar wij wonen een pleintje. Daar staan huurhuizen die eigendom zijn van een woningbouwvereniging en er wonen vooral ouderen, al dan niet alleenstaand met AOW of met een andere uitkering. De paar mensen die hier wonen die wat jonger zijn, moeten de hele dag hard werken om rond te kunnen komen.</p>
<h3>Auto’s in plaats van groen</h3>
<p>Het pleintje werd omzoomd door lage struiken die het geheel een decoratief uiterlijk geven. Zoals op de foto hierboven goed is te zien. Enkele weken terug heeft de gemeente alle struiken uit de grond gerukt en weggegooid. Er komt gras voor in de plaats want dat is goedkoper. Het pleintje verandert dus in één grote vlakte. Weg intiem karakter. En zo ziet het er nu dus uit.</p>
<p><img title="bezuinigingen02" src="http://tomvanoosterhout.nl/wp-content/uploads/2012/04/120307-bezuinigingen02.jpg" alt="" width="600" height="400" /></p>
<p>Deze actie is het gevolg van een motie die door de gemeenteraad is ingediend om 1,5 miljoen te bezuinigen op het groen in de stad. Van dat geld gaat 1 miljoen weer terug in de gemeentekas om te investeren in wegverhardingen zodat de autorijder wat meer comfort heeft.</p>
<h3>A-sociaal</h3>
<p>Waarom is dit een asociale bezuiniging? De gemeente heeft tegen de bewoners gezegd: als jullie het zelf onderhouden, dan mag het groen blijven staan. Er woont hier een dame op het pleintje van bijna 70 die maar wat graag zelf dat groen had onderhouden. Haar handen en rug staan echter krom van de reuma. De meeste mannen die hier wonen zijn afgekeurd en mogen geen zwaar werk verrichten. ‘Niets mee te maken’, zegt de gemeente, ‘Eruit met die struiken.’<br />
Maar het wordt allemaal nog veel cynischer. Het groen op het pleintje werd altijd onderhouden door mensen van de sociale werkplaats. Wat gaan die mensen nu doen? Of stopt hun uitkering nu ook ineens?</p>
<h3>Echte bezuinigingen</h3>
<p>Mopper, mopper, mopper. O.K. Toegegeven, daar ben ik zeer bedreven in. Dus laat ik maar eens wat suggesties doen voor echte bezuinigingen. Ik zal me daarbij inhouden en in tegenstelling tot deze gemeenteraad en dit gemeentebestuur de sociaal minder bedeelden sparen:<br />
- alle gemeenteraadsleden zien voortaan af van hun financiële vergoeding;<br />
- alle leden van het college van B&amp;W (inclusief de burgemeester) verlagen hun salaris met 25%;<br />
- alle gemeenten in West-Brabant worden opgeheven en omgevormd tot één gemeente, onder gelijktijdige inkrimping van het ambtelijk apparaat met minimaal 20%;<br />
- alle salarissen van de ambtenaren worden verlaagd met minimaal 10%.</p>
<h3>Augiasstal</h3>
<p>Durf nu nog maar eens te zeggen dat ik niet constructief meedenk. Maar alle gekheid op een stokje, denkt u echt dat er ook maar één politicus of ambtenaar is, mensen die dagelijks voor uw belangen zeggen op te komen, die ook maar één moment ook maar één van de hierboven gesuggereerde bezuinigingsmogelijkheden zelfs maar zou overwegen? Wie o wie, maakt die bestuurlijke en ambtelijke Augiasstal hier in dit land eindelijk eens schoon?</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://tomvanoosterhout.nl/hoe-zien-bezuinigingen-er-uit/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Fatsoenlijk</title>
		<link>http://tomvanoosterhout.nl/fatsoenlijk/</link>
		<comments>http://tomvanoosterhout.nl/fatsoenlijk/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 07 Apr 2012 09:43:18 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Tom</dc:creator>
				<category><![CDATA[Publieke sfeer]]></category>
		<category><![CDATA[fatsoenlijk]]></category>
		<category><![CDATA[rekening houden met elkaar]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://tomvanoosterhout.nl/?p=297</guid>
		<description><![CDATA[In de buurt waar wij wonen, staat een klein overdekt zwembad. Tien meter lang en vijf meter breed. Daar worden kleine kinderen ingewijd in hun eerste zwemslagen. Het straatje langs het zwembad staat dan aan één kant vol met de auto&#8217;s waarmee de ouders hun kinderen brengen en halen. Spannende momenten voor alle weggebruikers. In [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>In de buurt waar wij wonen, staat een klein overdekt zwembad. Tien meter lang en vijf meter breed. Daar worden kleine kinderen ingewijd in hun eerste zwemslagen. Het straatje langs het zwembad staat dan aan één kant vol met de auto&#8217;s waarmee de ouders hun kinderen brengen en halen. Spannende momenten voor alle weggebruikers. <span id="more-297"></span></p>
<h3>In het oog hebben en houden</h3>
<p>Kleine kinderen zijn altijd heel enthousiast als ze mogen gaan zwemmen en hebben dan weinig aandacht voor de gevaren die op straat op hen loeren. Als je dat als buurtbewoner weet, hou je daar rekening mee. Sowieso vind ik dat we als we in de auto achter het stuur zitten in het bijzonder rekening moeten houden met de meest kwetsbare weggebruikers. Voor hen moet het duidelijk zijn hoe wij als chauffeurs ons gedragen en dat we hen in het oog hebben en houden.</p>
<h3>Kielzog</h3>
<p>Uit de volgende anekdote mag worden afgeleid dat die houding soms onvoldoende wordt begrepen. Een man heeft zijn vrouw en dochtertje net afgezet als ik de bocht om de straat in rijd langs de ingang van het zwembad. Ik stop en geef vrouw en kind alle ruimte om op hun gemak over te steken. Op het moment dat ze op de stoep lopen en ik denk dat ze niet onverwacht weer de straat opschieten, laat ik voorzichtig de koppeling los en rolt de auto twee meter vooruit tegen vijf kilometer per uur. Juist op dat moment rent vijftien meter pal voor mij een jongetje de straat op, met in zijn kielzog een nog kleiner broertje of zusje, dat prompt struikelt over de stoeprand, en daarachter zijn vader met nog een kind aan de hand. Ik sta onmiddellijk stil.</p>
<h3>Een vragend gebaar</h3>
<p>De man die zojuist zijn vrouw en dochtertje heeft afgezet, heeft kennelijk niet meer het geduld om op mij te wachten en rijdt me tegemoet. Het is voor geen van ons meer mogelijk om verder te rijden, want de straat heeft met al die geparkeerde auto&#8217;s maar één rijstrook. Dus één van ons twee moet achteruit. Voor hij achteruit rijdt, kijkt hij me bijzonder boos aan en steekt met een vragend gebaar zijn hand in de lucht. Als hij weer op zijn oorspronkelijke plek staat geparkeerd en ik verder kan rijden, stop ik naast hem. We draaien allebei ons raampje open. &#8216;Wat ben jij nu aan het sjouwen? Waarom rij je niet gewoon door?&#8217; Roept hij me opgewonden toe.</p>
<h3>Ik heb het wel begrepen</h3>
<p>&#8216;Goedemorgen mijnheer. Met alle respect. maar ik vond het wel zo fatsoenlijk om uw vrouw en kind even gewoon rustig over te laten steken. En wat mij betreft, geldt dat ook voor die mijnheer met zijn drie kindjes die u daar nog net bij het zwembad naar binnen ziet gaan. Dat is wat ik fatsoenlijk vindt. En al helemaal op zo&#8217;n gevaarlijke plek als hier.&#8217; Zijn gezicht betrekt. &#8216;U heeft gelijk mijnheer, je weet nooit wat er tussen de auto&#8217;s vandaan komt. Mijn excuses.&#8217; Dan staat er al weer een PC Hoofttractor achter mij te claxonneren. Ik zeg: &#8216;Er zijn blijkbaar nog meer ongeduldige mensen. Zal ik het hem ook uitleggen?&#8217; &#8216;Nee, doe maar niet, ik heb het wel begrepen. Nogmaals, u heeft gelijk, mijn excuses.&#8217;</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://tomvanoosterhout.nl/fatsoenlijk/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>2</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>
