Kreupelhout

(o.) [heeft de oorspr. betekenis van kreupel, namelijk kruipend, vastgehouden], laag houtgewas met dooreengegroeide stammen en takken;

Archief

Posts Tagged ‘genetische manipulatie’

Onverwacht en opwindend

Freeman Dyson was natuurkunde professor aan Princeton, een prestigieuze universiteit in de Verenigde Staten. In Nederland geniet hij enige bekendheid door zijn optreden in de documentaire reeks Het Schitterend Ongeluk van Wim Kayzer. Dyson is met emeritaat en dat geeft hem alle tijd om te lezen en te schrijven. In The New York Review of Books van deze zomer (Volume LVI, Number 13) bespreekt hij The Age of Wonder: How the Romantic Generation Discovered the Beauty and Terror of Science van Richard Holmes.
Zo op het eerste gezicht lijkt het een brave samenvatting van de inhoud van het boek. The Age of Wonder is de periode van zestig jaar tussen 1770 en 1830. Holmes toont aan dat de Engelse wetenschappers en dichters in die tijd tot één enkele cultuur behoren. In veel gevallen waren zij persoonlijk met elkaar bevriend: “Veel dichters waren diepgaand geïnteresseerd in wetenschap, en veel wetenschappers in poëzie.”
Een paar dingen vallen op aan de recensie van Dyson. Op de eerste plaats weet hij het werk van Holmes niet te plaatsen in een breder Europees perspectief. Dat is jammer. Dan had hij namelijk kunnen opmerken dat de opvatting van Schenk (1) en Safranski (2) over de Romantiek als reactie tegen de Verlichting en tegen rationalisme en wetenschap, op zijn minst enige nuancering behoeft. Terloops had hij dan nog kunnen melden dat de wetenschappen en kunsten in de Verenigde Staten in die periode nog op zo’n pover niveau stonden dat de Romantiek – in enge zin – daar maar weinig indruk heeft gemaakt. (3)
Op de tweede plaats had Dyson kunnen verwijzen naar Goethe. Als Duitser en uitgesproken vertegenwoordiger van de Romantiek had Goethe een grote wetenschappelijke belangstelling. Hij leverde daar zelfs concrete bijdragen aan: “Op 1 juni 1791 schrijft (Goethe) aan Jacobi over zijn studie van de optica en de kleurenleer: ‘Ondertussen hecht ik me iedere dag meer aan deze wetenschappen, en ik heb sterk het gevoel dat ik me in het vervolg misschien uitsluitend daarmee zal bezighouden.’ Maar zo ver ging hij toch niet. Van kunst en literatuur zou hij geen afscheid nemen, zij vormden voor hem naast de natuurbeschouwing het tweede bolwerk tegen de opgewonden tijdgeest.” (4)
The Age of Wonder gaat over wetenschappers en wetenschap, niet over poëzie. Toch komt Dyson tot de volgende conclusie: “De wetenschappelijke ontdekkingen waren even onverwacht en opwindend als de poëzie.” Om dan aan het slot, en dit is mijn derde kritische kanttekening, wel een heel bijzondere draai aan zijn boekbespreking te geven. Hij suggereert dat de eerste helft van de huidige, 21e, eeuw is te vergelijken met ‘The Age of Wonder’: “Als de dominante wetenschap in deze nieuwe Age of Wonder biologie is, dan zou de dominante kunstvorm het ontwerp van genomen moeten zijn waarmee nieuwe variëteiten van planten en dieren worden gemaakt. (…) Als deze droom uitkomt, en die nieuwe kunstvorm triomfeert, dan zal een nieuwe generatie kunstenaars, even gemakkelijk met genomen ‘schrijven’ als Blake en Byron gedichten schreven, en een overvloed aan nieuwe bloemen en fruit en bomen en vogels scheppen die de ecologie van onze planeet zullen verrijken. (…) De nieuwe Age of Wonder zal rijke ondernemers (…), wetenschappers (…) en een wereldwijde gemeenschap van tuiniers en boeren en kwekers samenbrengen zodat onze planneet mooi en vruchtbaar en leefbaar is, zowel voor kolibries als voor mensen.” (5)
Geen poëzie zal dan nog uitdrukking kunnen geven aan onze beleving van deze schoonheid. Genetische manipulatie waarvan het resultaat als kunst ons leven verrijkt! Onverwacht en opwindend? (6)

(1) Schenk, H.G. (1966). De geest van de romantiek. Bilthoven: Amboboeken.
(2) Safranski, R. (2009). Romantiek. Een Duitse affaire. Amsterdam: Atlas.
(3) Hughes, R. (1997). Amerika’s visioenen. Het epos van de Amerikaanse kunst. Amsterdam: Uitgeverij Balans.
(4) Safranski (2009): p. 39.
(5) Toegegeven, in het Engels klinkt ‘hummingbirds and humans’ beter dan het Nederlandse ‘kolibries en mensen’. Zie voor de betekenis van genoom: wikipedia
(6) Zie voor een kritische beschouwing van genetische manipulatie mijn blogs: genetisch gemanipuleerde gewassen 1, 2 en 3.

Genetisch gemanipuleerde gewassen

Vandaag verscheen minister Verburg van landbouw op het nieuws om het volk mee te delen dat Nederland nu toch echt genetisch gemanipuleerde gewassen (GGG) moet gaan verbouwen. Argument: de landen om ons heen zijn er ook volop mee bezig. Ook een man die bij de landbouwuniversiteit Wageningen werkt, mocht tussen de GGG uitleggen dat op dit moment er allerlei wetten en regels zijn die het onmogelijk maken dat die gewassen op de markt komen. Terwijl ze toch zo veilig zijn. Een woordvoerdster van de Partij voor de Dieren gaf als enige tegengas: genetisch manipuleren is een onbeheersbare techniek en de voordelen (meer opbrengsten; beter opgewassen tegen ziektes en bacterieën) zijn twijfelachtig.
Genetisch manipuleren van gewassen is een eeuwenoude techniek. De meeste mensen weten wel wat enten is. Dat is dus ook een vorm van genetisch manipuleren. Daar heeft nog nooit iemand zich druk over gemaakt. Ook de natuur zorgt regelmatig voor verrassingen door gewassen te manipuleren. Darwin ontdekte dat dieren ook door de natuur worden gemanipuleerd.
Nu zou daar tegenin kunnen worden gebracht dat als de natuur dat doet het heel normaal is, maar dat de mens er vooral met zijn vingers vanaf moet blijven. Dat is in deze tijd een wat achterhaalde visie.
Waar iedereen voor het gemak aan voorbij gaat, is dat de toepassing van GGG om heel andere redenen in hoge mate ongewenst is:
1. De verbouwing van GGG zal moeten met zaden van grote Amerikaanse multinationals, in het bijzonder Monsanto. Monsanto probeert al decennia wereldwijd de markt van zaden te monopoliseren. Tot nu toe is dat in Europa tegengehouden door een sterke coalitie van (vooral kleine) boeren en de sociaal-democraten in het Europees Parlement. Maar steeds meer kleine boeren vallen om.
2. GGG die eenmaal op het land worden verbouwd, kennen geen grenzen. Het risico dat de zaden van deze gewassen zich vermengen met de zaden van bijvoorbeeld biologisch geteelde gewassen, is groot. Daar kleeft een juridisch probleem aan. Want hoe toon je aan dat jouw gewassen niet met zaad van Monsanto zijn opgegroeid, maar met zaad uit, bijvoorbeeld, eigen kweek. Bovendien worden zo de keuzemogelijkheden van de consument ernstig in gevaar gebracht.

Ronduit hypocriet is het argument dat GGG de honger in de wereld kunnen helpen bestrijden. Zowel Europa als de USA subsidiëren hun landbouw en heffen forse belastingen op, en stellen strenge regels aan, de import van agrarische producten. Die beperkingen treffen vooral de arme ontwikkelingslanden. Afschaffing van deze subsidies, heffingen en regels kunnen van vandaag op morgen een eind maken aan de honger van 800 miljoen mensen wereldwijd. Maar zeker Monsanto wil dat nog niet, want die wil eerst zekerheid dat zijn zaden ook kunnen worden geleverd aan deze arme landen. Die zijn daar voorlopig terughoudend in omdat de consumenten, vooral in Europa, hun producten dan niet willen eten. Monsanto heeft dus twee redenen om snel GGG goedgekeurd te krijgen in Europa.
De vraag blijft hoe hier op een wat meer genuanceerde manier aandacht aan kan worden gegeven in Den Haag.